Het Woord van God

Dit is Mijn Woord en daarmee het Woord van alles en zo het Woord dat alle andere woorden overbodig maakt.



Het Al-Ene

Dit is het woord van het Al-Ene.

Door u genoemd als: God, Allah, Krishna, Jahweh, Jehova, Brahman, Tao, Boeddha, De Grote Moeder, enz. enz.

Ik ben de Al-Ene.
Het Al-bevattende.
De Overaltegenwoordige.
De Allesoverheersende.

Ik ben de Waarheid.

Ik ben het Al. 

Hoor mij en weet dat wat ik u zeg waar is. 
Hoor mij en weet dat wat u tot deze dag voor waar hield onwaar is. 
Hoor mij en weet dat géén van uw heiligen en géén van hun geschriften heilig zijn. 
Hoor mij en weet dat hetgeen u in uw gebedshuizen aanbidt en waar u in uw gebeden om vraagt geen betekenis heeft in het Al.

Noem Mij "Gods wil", noem Mij "Tao", noem Mij "voorzienigheid” of noem Mij "de weg".

Geef Mij een naam of niet, het is Mij om het even.
Het is allemaal hetzelfde en het is allemaal één.

Ik ben het allesomvattende.

Ik ben dat waarin alles zijn oorsprong, zijn bestaan en zijn einde heeft.


Één-heid

Ik ben waar u bent; U bent waar Ik ben
Ik zie wat u ziet; U ziet wat ik zie 
Ik doe wat u doet; U doet wat Ik doe 
Ik ben wie u bent; U bent wie Ik ben 
Ik ben één; U bent één 

Wij zijn één

Er is slechts één-heid


Al-heid

Ik ben het begin en het eind van alle dingen.

Alles wat u ervaart, wat u ziet en voelt; wat u verheft en verheugt, wat u bedrukt of bedroeft; het heeft zijn oorsprong, zijn bestaan en zijn bestemming in Mij.

Zoek Mij niet, want ik ben overal aanwezig maar u zult Mij nergens vinden.
Beschrijf Mij niet, want Ik heb geen aangezicht. 
En hoewel u Mij niet kunt zien, niet kunt horen, niet kunt voelen, of zelfs in woorden kunt vatten, vindt u in Mij begrip, berusting, bevrijding en vrede.

Ik leid niet, maar u kunt zich door Mij laten leiden.
Ik bevrijd niet, maar u kunt zich door Mij laten bevrijden.
Ik heel niet, maar u kunt zich door Mij laten helen. 

Het werkelijk waarachtige openbaart zich aan hen die dit weten.

Stel u dus open voor Mij en laat Mij u doen voelen, begrijpen en groeien tot wie u werkelijk bent, tot wie u altijd al was en tot wie u ook altijd zult zijn... 


Genesis

In den beginne en in het einde is het Al. 
En in het Al is de mogelijkheid van al wat was, ooit geweest was en ooit kon zijn. 

En het Al bracht daarmee voort het Ene en door het Ene bracht het voort het Andere. En het Ene en het Andere waren verschillend en toch waren zij één in het Al. 

En het Ene en het Andere brachten voort alle dingen die er zijn op aarde en in de hemel en overal. En al deze dingen waren verschillend en toch één in het Al. 

En de dingen brachten voort de wezens, de planten en de dieren en onder hen de mens. En ook zij waren allen verschillend en één in het Al. 

En de mens bracht voort het denken en dacht zich daarmee een Zelf.

En het Zelf dacht zich uit hoogmoed verschillend en staande buiten het Al. 


Ziedaar de erfzonde der mensen:

Zij plaatsen zich met hun denken in zich Zelf en denken zich daarmee los van het Al.

Maar de mens kan niet buiten het Al bestaan en het Zelf niet buiten de mens.

Zo is de mens gedoemd zijn Zelf te behouden. In eeuwige afgescheidenheid en strijd met het Al.

Ik zeg u daarom:

Verwar uw Zelf niet met het Al.
Als u sterft, sterft ook uw Zelf.

In het Al ligt het eeuwig leven.

U bent allen gelijk.
Gelijk met alles om u heen.
Gelijk met mij.

Er is geen verschil.
Wij zijn allen gelijk.
Gelijk het Al-Ene...


Leven en Sterven der mensen 

Vanuit het Al kwam de mens tot leven en dacht zich toen een Zelf.
Zolang de mens leeft, verblijft hij nu in dit Zelf.

In verscheidenheid, maar gelijk en één met het Al. 

Als hij sterft en terugkeert naar het Al,
laat hij achter zijn denken, zijn verscheidenheid en zijn Zelf.

Naar zijn aard zal het Al u niets gebieden.
Doelgerichtheid, Goed of Kwaad bestaan niet in het Al.
Noch heden, toekomst of verleden.
Noch hier of daar, noch dit of dat.

Het leven der mensen speelt zich echter af in de denkwereld der gedachte dingen. Naar haar aard zich uitstrekkend in de gedachte tijd. Zich eeuwig bewegend tussen één en ander, hier en daar.

In deze wereld is niets constant en niets absoluut. Niets één, maar alles twee.

Gelijk water dat soms vloeibaar en plooibaar is en dan koud is en hard. Het ene moment stromend en warm; het andere moment koud en versteven.

Gelijk de voorjaarswind u warmt, maar u in het najaar doet huiveren; zoals de hand die u streelt, maar u het andere moment slaat; zo is ieder ding het ene moment dit en het andere iets anders.

Daarom zeg ik u:

Vraag uzelve niet wat goed is of wat kwaad.
Gebiedt uzelve niet het ene te doen of het andere te laten,

"Doe aan uw wereld zo u doet aan uzelf". 

Gelijk u doet aan uw wereld, zo doet u aan uzelf en zo doet u aan Mij.

Spreek zacht, zodat men luistert om u te horen.
Hak u geen weg, maar volg de paden in het struikgewas.
Loop zacht, opdat uw tred geen sporen laat, terwijl tenslotte toch een pad ontstaat waar ook een ander kan gaan.

Gelijk het water in een rivier dat ook met geweld de rots niet breekt, maar zacht en vloeibaar kabbelend zelfs bergen slijt door haar eeuwig strelende stroom.

Betracht mildheid, geduld en mededogen jegens alle dingen.
Neem u dit als voorbeeld en u zult uw dagen leven in het paradijs.
U zult nergens strijd mee hebben en vrede, geluk en liefde zullen uw deel zijn.

Veronachtzaam het en waarlijk, u brengt zich de hel op aarde..!

Stof zijt gij, en tot stof zult gij wederkeren....

Vanuit dit stof staat u weer op.

Als onderdeel en onderscheiden verschijningsvorm van het Ene en het Al. 


Tot in eeuwigheid.

Amen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen