zondag 29 april 2012

Leraren uit de Nederlandse Advaita traditie

Wolter Keers
Als een van de eersten introduceerde Keers Advaita Vedanta in Nederland. Al in de jaren 50 van de 20e eeuw reisde hij naar India waar hij in contact kwam met verschillende meesters. Keers werd leerling van Ramana Maharshi en Sri Krishna Menon. Rond 1970 begon hij zelf bijeenkomsten te leiden. Eerst in Brussel, waar hij werkte bij de EEG, en in Gent. Later ook op diverse andere plaatsen in Nederland en België.

Keers schreef een aantal boeken en was hoofdredacteur en auteur van vele artikelen in de tijdschriften:Yoga kroniek en Yoga en Vedanta. Later gaf hij een eigen tijdschrift uit Yoga Advaita (1977-1982) en Advaita (1983-1985). Er verschenen ook artikelen van hem in The Mountain path en in Être.

Ook vertaalde Keers de boeken Ik Ben en Zijn van Sri Nisargadatta Maharaj. Hij introduceerde Jean Klein en Douglas Harding in België en Nederland.


Alexander Smit
Pok wel Sri Parabrahmadatta Maharaj was een Nederlands spiritueel leraar en yogaleraar.

Levensvragen als Wie ben ik? en Wat moet ik hier? brachten hem naar India, waar hij Sri Nisargadatta Maharaj ontmoette, bij wie hij zijn uiteindelijke onderricht ontving. Daar kreeg hij zijn spirituele naam Sri Parabrahmadatta Maharaj.
Op aangeven van Nisargadatta keerde hij terug naar Nederland om het verworven inzicht door te geven. Onder de vleugels van Wolter Keers gaf hij zijn eerste satsangs (vraag-en-antwoord-sessies). Hij deed dit eerst in 's-Hertogenbosch en later op vaste tijden in De Bilt, Utrecht, Baarn (in het huis van Rama Polderman) en tot besluit in Amsterdam, in de Amstelkerk, waar vele van zijn leerlingen en vrienden na zijn overlijden afscheid van hem hebben genomen.
[bewerken]Invloed en leer

Hij noemde zichzelf goeroe en bedoelde daarmee spirituele wegwijzer. "Wie ben jij?" en "Wat is het doel van je komst?" waren de standaardvragen die Smit bezoekers van zijn lezingen (satsangs) stelde als ze zich voor de eerste keer, en met toestemming, op een bijeenkomst meldden. Voor Nederlandse begrippen was Smit een invloedrijke jnani (meester in de jnana yoga).

Alexander Smit is door zijn directe benadering en vanwege het grote aantal bezoekers van zijn lezingen tot een component van de eeuwenoude Indiase Advaita Vedanta-traditie in Nederland geworden. Vanaf 1983, na de oprichting van Stichting Chetana, werden zijn lezingen door deze Stichting georganiseerd. Stichting Chetana gaf ook een gelijknamig tijdschrift uit met als subtitel: vier muren maken vrij.

Veel van de satsangs in Nederland worden nu gegeven door zijn leerlingen of mensen die hem ooit ontmoet hebben.


Douwe Tiemersma
Douwe Tiemersma deed de studies biologie en filosofie in Amsterdam. Enkele jaren was hij biologiedocent op Pedagogische Academies, daarna hoofdmedewerker en docent wijsgerige antropologie en interculturele filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij promoveerde op Body schema and body image. An interdisciplinary and philosophical study (Swets, Amsterdam/Lisse 1989).

Als advaitaleraar houdt hij gesprekken/satsangs sinds 1980, na zijn ingrijpende ontmoeting met Sri Nisargadatta Maharaj in Bombay die hem een inwijding gaf.

Ook geeft hij lessen pranayama, meditatie en hathayoga in het advaitaperspectief, vanaf 1972 na zijn yoga-lerarenopleiding.

Hij was mede-oprichter en eindredacteur van het blad InZicht. Wegen van radicaal zelfonderzoek. In allerlei tijdschriften verschenen zijn teksten. Publicatielijsten en teksten zijn te vinden op diverse plaatsen op deze website: onderaan deze pagina, onder 'Spirituele Weg' en onder 'Studie en Praktijk' in de diverse themarubrieken. Zijn advaitaboeken worden uitgegeven door Uitgeverij Advaita.

Al zijn activiteiten zijn nu samengebracht in het Advaita Centrum te Gouda.


Jan van Delden
Jan van Delden (Den Haag, 1951) was de rechterhand van de Nederlandse leraar Wolter Keers. Die op zijn beurt een leerling was van Ramana Maharshi en Krishna Menon, twee van de belangrijkste vertegenwoordigers van advaita-vedanta – de leer van het non-dualisme – in het India van de eerste helft van de vorige eeuw.

Van Delden groeide op als een woordblind bleekneusje in een bloemistengezin in de Haagse Spoorwijk. Als kind al mat hij zich het ideaal aan om als Zorro de wereld te verbeteren. Datzelfde idealisme deed hem uiteindelijk als maatschappelijk werker belanden in het open jongerenwerk voor de jeugd in de wijk waar hij was opgegroeid, maar die toen midden in de jaren zeventig verworden was tot een van de meest problematische achterstandswijken van Nederland. Hij dronk, rookte en werkte zich letterlijk bijna dood, en bleef tegelijkertijd zoeken naar de diepere zin van het leven.

Hij werd een fanatieke yogabeoefenaar en zwoor lange tijd drank, sigaretten en sex rigoureus af. Totdat hij aan het eind van de jaren zeventig op een lezing van Wolter Keers belandde. ‘Hoe komt het dat ik niet weet wat liefde is?’ vroeg hij de gepensioneerde topambtenaar van de EEG, die in zijn vrije tijd Advaita onderricht gaf. ‘Omdat liefde het enige in de wereld is dat je nooit kunt vinden. Dat ben je’, antwoordde Keers. Vraag en antwoord smeedden een onvoorwaardelijke vriendschap tussen de erudiete Keers en de onvervalste Hagenees, die al gauw zijn rechterhand en manusje van alles werd. In de aanloop van de jaren tachtig mocht Van Delden de eenvoud van zijn ware natuur ontdekken.

Na de dood van Keers in 1985 dacht diens omgeving dat Jan zijn werk voort zou zetten, maar hij trok zich terug in wat nu Advaita centrum La Rousselie is. Tegen het eind van het millennium stelde hij zich beschikbaar om aan zoekers door te geven wat hij zelf ‘gratis en voor niets’ had gekregen.


Jan Koehoorn
woonachtig in Alkmaar geeft sinds enkele jaren satsang op diverse plaatsen in het land. Eind tachtiger jaren is hij een aantal keren bij de lezingen van Alexander geweest, en dat was voldoende. Naast zijn satsang - activiteiten, is hij mede redacteur van het blad Inzicht, muzikant, muziekleraar en heeft hij een eigen bedrijf die websites ontwerpt, uitgeeft en onderhoudt.

Zijn wijze van onderricht is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met die van Alexander. Middels vragen en antwoorden krijgen zijn satsangs gestalte en worden de verwijzingen naar het ZELF nadrukkelijker. Toewijding aan het onderwerp is vanzelfsprekend, de gesprekken hebben een hoog jnani gehalte. De goede luisteraar zal de schoonheid van zijn woorden zeker herkennen en in zijn hart kunnen sluiten. Immers, de verwijzingen zijn krachtig en eenduidig, de opening die wordt geboden omvat alles.

Dat gezien hebbende zal tot de conclusie kunnen leiden dat de sprong die je dacht te moeten maken, overbodig is. Dat die sprong niets meer zal blijken te zijn, dan een buiteling in jezelf, in dat wat je altijd al was, bent, en zal blijken te zijn.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen