maandag 19 november 2012

'Ik was te rebels om non te worden'

LEVENSLESSEN

Sister Chan Khong (1938) was vredesactiviste tijdens de Vietnamoorlog. Ze stelt haar leven in het teken van de Boeddha. "Zolang ik me kan herinneren kom ik in het geweer tegen autoriteit."

Les 1: Kies een goede leermeester uit
"Ik kom uit een gemiddeld boeddhistisch gezin. Als kind deden monniken me nooit zoveel. Wat ik ervan zag, in de tempels, was dat ze diepe wijsheden verkondigden. Maar er kwam weinig uit hun handen. Ja, ze zongen wat op begrafenissen. In mijn ogen waren ze meer bezig met de dood dan met het leven.

Toen ik net mijn diploma had behaald, ik was 18, nam mijn vader me mee naar een monnik om de vijf voorschriften van de Boeddha te ontvangen. Steel niet, dood niet, et cetera. Ik wilde mijn ouders niet kwetsen - dus ging ik braaf mee. Ik had veel vragen voor de monnik. Waarom doen boeddhisten niets voor de armen? Er waren minder katholieken in Vietnam, maar ze deden meer dan boeddhisten, zag ik. Niet voor niets had de Boeddha toch zijn paleis verlaten om de mensheid van lijden te verlossen?

Een antwoord bleef uit. Vrijwilligerswerk was voor de meeste monniken verdacht. Zoiets doe je alleen om er zelf beter van te worden, heette het. Ik zou er de verlichting nooit mee bereiken, legde de monnik me uit. Een rijk gezin in een volgend leven, dat was alles wat het me zou opleveren. Hij begreep dus weinig van wat me bezighield.

Wedergeboorte liet me koud. Er was in het hier en nu genoeg te doen. Toch was ik gegrepen door de leringen van de Boeddha. Ik besloot dat ik non zou worden. Maar de monnik wuifde mijn plan weg: daar was ik niet geschikt voor. Veel te rebels.

Ook al gaven monniken antwoord op mijn vragen, bevredigend was dat zelden. Tot ik Thay, 'leraar', zoals ik Thich Nhat Hanh noem, ontmoette. Hij gaf helemaal geen antwoord op mijn vragen. Meestal kwam het erop neer dat ik iets zelf moest ontdekken, in plaats van blind te varen op zijn gedachten. Vanaf het moment dat hij me zei dat hij mijn projecten in de achterbuurten zou steunen, wist ik zeker dat hij de leraar was naar wie ik had gezocht.

In Thay's ogen zijn mannen en vrouwen gelijk. Dat was een verademing, zeker in die tijd. Zolang ik me kan herinneren kom ik in het geweer tegen autoriteit. Ik hoefde niet zo nodig een goed meisje te zijn. Regels, regels, regels: dat vat de confucianistische cultuur goed samen. Gehoorzamen aan je vader, je man, en als die er niet meer zijn heeft je zoon het voor het zeggen. Ik geloof daar niet in. Ouderdom houdt niet altijd gelijke tred met wijsheid. Ik kreeg regelmatig te horen dat ik, als ik maar hard genoeg mijn best zou doen, in een volgend leven kon terugkeren als een man. Na nog een dozijn levens zou ik ooit wel een goede monnik worden, en dan, lange tijd later, zou ik misschien de verlichting bereiken. Ik begreep er niets van. Zoveel mannen waren alleen met zichzelf bezig, en voerden niets uit. Ik wilde helemaal geen man worden. Of verlicht. Ik wilde dat de oorlog ophield."

Les 2: Adem
"Er waren tijden dat ik niet meer wilde leven. Ik was in 1963 bij de beroemde zelfverbranding van de monnik Thich Quang Duc. De eerste zelfverbranding waarvan de foto's de hele wereld over gingen. Vanaf mijn brommer zag ik hem daar zitten op straat, vredig, omgeven door de vlammen. Alleen zijn hart bleef over. Ik maakte diep van binnen een belofte: ik zou ook zoiets moois gaan doen als hij. Ik wilde de Boeddha recht doen. Hij verliet zijn troon, gaf zijn leven als koning op om vrede voor de wereld te zoeken.

Middenin de oorlog, in 1966, was Thay op reis naar de Verenigde Staten en Europa; hij pleitte voor vrede. Wij probeerden thuis in Vietnam wanhopig iets te verzinnen om hem te helpen. Een van mijn vriendinnen opperde om eerst

in hongerstaking te gaan en daarna onze buiken open te snijden. Ik heb er vier dagen lang in mijn kamer over nagedacht, almaar mediterend op mijn ademhaling. Met het uur werd mijn geest helderder. Ik besloot dat we het niet konden doen. We hadden Thay beloofd hem te helpen met de 'School of Youth for Social Service' - een soort vredeskorps van driehonderd jonge vrijwilligers. Wat moesten die zonder ons?

Na een tijdje heeft mijn vriendin toch haar leven beëindigd, door zelfverbranding, ja. Thay was erop tegen. Toch heeft ze met haar offer wel haar doel bereikt. Mensen waren er zo door geraakt dat zich in groten getale nieuwe vrijwilligers bij ons meldden.

Ik ging naar Frankrijk. Daar zamelde ik geld in voor de projecten die we achter hadden moeten laten. Ik vergaarde 150.000 dollar: genoeg om 14.000 kinderen mee te helpen. De Vietnamese ambassade in Parijs zou me helpen het bedrag over te maken naar de Verenigde Boeddhistische Congregatie in Vietnam. Die zou het dan verder verspreiden onder de kinderen. Wezen, vaak. Vader gedood door een bom, moeder door een mijn, en dan woonden ze bij hun blinde opa's en oma's.

Ik wachtte, wachtte, en wachtte. Was het geld aangekomen? Toen ik eindelijk iemand kon bereiken, bleek het geld verdwenen. Ik geloof dat de regering ons ervan verdacht geld van de CIA door te sluizen. Ik voelde me een boom waarvan zojuist de wortels waren afgehakt. Ik wilde niet meer leven. Het ging om het geld van zoveel goede vrienden. Uit Duitsland, Nederland, Frankrijk, van mensen die gaven om mijn werk. En nu was het weg.

Thay zei alleen dit: 'Ga terug naar je adem'. Hij nam me mee naar buiten. 'Hier, ga wortel en sla planten. Denk niet aan Vietnam en de wezen.' Nadat ik maandenlang alleen in de tuin werkte en me almaar op mijn adem had geconcentreerd, kwam ik op een idee. Ik zou, onder een schuilnaam, pakketjes medicijnen sturen. Die konden mijn familie en vrienden dan ruilen voor rijst; want apotheken waren er nauwelijks. We hebben via dat systeem door de jaren heen zeker tweeduizend families gesteund. Dankzij het sla planten en het ademen dus."

Les 3 Het leven is géén illusie
"Een steile rotswand waar niet tegen op te klimmen viel: zo voelde het boeddhisme ongeveer toen ik het net begon te bestuderen. Ik vond de vuistdikke boeken met soetra's van de Boeddha best mooi, maar ik had geen idee hoe ik ze in de praktijk moest brengen. Van de nonnen en monniken leerden we bijvoorbeeld dat het leven een illusie is, en we daarom onze boosheid moesten laten gaan.

Maar voor mij was het leven helemaal geen illusie. Daar was het onrecht en lijden op het platteland en in de achterbuurten veel te echt voor, en mijn boosheid ook. Ik wilde met die dingen leren omgaan. Niet hun realiteit ontkennen. Later leerde ik dat de Boeddha het nooit zo heeft bedoeld, over het leven als illusie. Wat hij ermee wilde zeggen, is dat er vaak weinig klopt van onze percepties over het leven. We baseren ze namelijk op heel beperkte ervaringen.

Ik groeide op in een tijd waarin foute percepties hoogtij vierden. Niemand luisterde naar elkaar. Franse nationalisten doodden hun tegenstanders, en de communisten waren geen haar beter. Soms waarschuwde mijn moeder me als ik naar de markt ging: 'Geen garnalen kopen vandaag'. Dan hadden er de dag ervoor lijken in de rivier gedreven van door communisten gedode nationalisten."

Les 4: Kijk dieper
"Meditatie leert je nederig te zijn over je waarnemingen. Om dieper te kijken. Dieper te kijken naar dingen zodat we hun werkelijkheid dichter kunnen benaderen. We moeten niet al te zeker zijn van onze kennis. Als je nederig en open bent leer je elke dag iets nieuws.

Meditatie kan wonderlijke dingen met je doen. Bij mij heeft het oude wonden geheeld. In 1965 maakte ik iets verschrikkelijks mee. We waren rijst aan het rondbrengen op het platteland. Plotseling hoorden we geschreeuw uit een van de huizen. Er was gevochten. Een vrouw drukte me haar baby in mijn handen, die hevig bloedde. Ik rende door het bos met het kindje. Ik was geen dokter, dus ik kon weinig anders doen dan hulp zoeken. Eenmaal in de boot aangekomen, bad ik: misschien, als we hard genoeg varen, zijn we in de buurt van medicijnen voordat de baby overlijdt. Ik hoorde de baby hikken. En toen stokte haar adem.

Die gebeurtenis bleef zich jarenlang op onverwachte momenten als een film afspelen in mijn hoofd.

Eind jaren negentig was ik in Florence, waar Thay een lezing gaf. Ik hoorde klokgelui toen ik op straat liep. We staan thuis in het klooster altijd even stil als we de bel horen. Leggen neer waar we mee bezig waren, ademen drie keer bewust in, en glimlachen - een korte meditatie. Dus in Florence deed ik dat ook. Na twintig stappen luidde een andere kerkklok, en daarna nog een. Genoeg kans om diep te mediteren. Om me heen zag ik kinderen achter een bal aan rennen. Ik voelde hun vreugde. Ik was één met die kinderen. Alles voelde licht en vredig. Ik zag een vrouw die kaarten verkocht. Ik was ook één met haar. Ik ging de dom van Florence binnen, en hield stil bij een beeld van Jezus aan het kruis. Ik had het altijd maar een verdrietig en naar verhaal gevonden, ik was altijd kritisch geweest op het christendom. Maar die dag voelde ik me er net zo thuis als in een boeddhistische tempel. Een van de apostelen in de glas-in-lood-ramen deed me denken aan een oom, een andere aan een goede vriend. Mijn oog viel op een engel. Ik keek nog eens. Was het die baby? Zag ik bloed? Nee, alleen een rood gewaad. Ze zwaaide naar me vanaf het raam. Glimlachend. Ik voelde me verlicht. Als je geest vredig is, is het een spiegel. Dan kun je diep kijken."

Les 5: Wees sereen
"Ik ben een keer opgepakt met een exemplaar van Thay's boek 'Lotus in een zee van vuur' op zak. Verboden in Vietnam, op dat moment. Achterin de arrestatieauto heb ik een petitie voor vrede, die ik ook nog bij me droeg, heel voorzichtig stukje voor stukje doorgeslikt. Ik moest wel.

Die dagen in de gevangenis van twee bij twee, op elkaar gepropt met acht andere gevangenen, deed ik iets stoms. Er zaten ook twee meisjes van twaalf vast. Onschuldig. Toen ik bij de kolonel moest komen en hem eindelijk had kunnen overtuigen van mijn eigen onschuld, vond ik dat ik het ook voor de meisjes moest opnemen. Een gevangenis is niets voor kinderen. Maar in plaats van ze vrij te laten, gaf de kolonel zijn bewakers opdracht om strenger te zijn, omdat de gevangenen klaarblijkelijk met elkaar hadden gepraat. Met mijn grote mond had ik het die meisjes nog moeilijker gemaakt."

Les 6: Zeg mensen dat je van ze houdt
"Ik kende een moeder die graag opschepte over haar dochter, maar altijd vergat om het tegen haar dochter zelf te zeggen als ze ergens trots op was.

Zeg het als je van iemand houdt. Mensen hebben dat nodig. Omhels je moeder als het kan, voordat ze er niet meer is. Zeg haar hoe bijzonder ze is. Geluk water geven, noem ik dat."

Sister Chan Khong
Sister Chan Khong (geboren als Cao Ngoc Phuong in Ben Tre, Vietnam, 1938) was boeddhistisch vredesactiviste in de Vietnamoorlog. Naast haar baan als biologiedocent aan de universiteit hielp ze arme families in de achterbuurten en op het platteland. Ze bracht voedsel rond, stuurde honderden kinderen alsnog naar school, en richtte een kinderdagverblijf op zodat moeders konden werken. Samen met de bekende monnik Thich Nhat Hanh begon ze een vernieuwingsbeweging in het boeddhisme. Eigenlijk is Nhat Hanhs 'geëngageerd boeddhisme' grotendeels geïnspireerd op het werk van sister Chan Khong.

Sinds 1969 woont ze in Frankrijk. Pas later, op haar 49ste, werd ze non.

Vanuit de Dordogne zet hun kloostergemeenschap Plum Village het ontwikkelingswerk voort. Op retraites geeft ze haar populaire meditatiesessies 'Total relaxation'. In juni is er een Nederlandse retraite in Keulen.

Bron: Trouw.nl




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen