vrijdag 25 mei 2012

Je Zelf Als Universele Moeder

Een Spiritueel-Psychologisch En Sociaal-Maatschappelijk Werkboek

Willen, voelen en denken geven als ze gehecht zijn aan de buienwereld, respectievelijk verlangens, emoties en oordelen. Als de wil echter niet direct handelend optreedt, maar een innerlijke kracht wordt die via het hart in het bewustzijn werkt, ontdekken we meditatief gewaar zijn en bevrijdend inzicht. Dit boek is een psychologie van de levensbeschouwing met een naar de praktijk vertaald gedeelte met oefeningen in meditatief en liefdevol leven.

De kern van dit spirituele werkboek is gewijd aan de ontwikkeling van het innerlijk Zelf, de goddelijke vonk, die in elk mens manifest aanwezig is. De universele filosofie van de Vedanta, het brandpunt van het hindoeisme, kent een goddelijk principe, Brahman, dat wordt beheerst door vele verschijningsvormen. De auteur legt vanuit de Vedanta dwarsverbanden naar onder meer de antroposofie en het boeddhisme, waarin door het toepassen van vipassana meditatie, gericht op mentale leegte, contact kan worden gemaakt met het Zelf, in het bijzonder de vrouwelijke kant daarvan, de Universele Moeder. Binnen deze kaders wordt aandacht gegeven aan het pad van Yoga.

Door gebruikmaking van het aangeboden oefenmateriaal kunnen conditioneringen worden getransformeerd in innerlijke vrede en liefde, vrij van beperkingen. Elk hoofdstuk vangt aan met aforismen en anekdotes van bekende yogi's en wetenschappers. Het taalgebruik is eenvoudig, maar zorgvuldig. Het boek bevat een uitgebreid literatuuroverzicht en diverse websites.



maandag 21 mei 2012

Adwaita - Johan Andreas Dèr Mouw

Johan Andreas Dèr Mouw (Westervoort, 24 juli 1863 - Den Haag, 8 juli 1919) was een taalkundige, letterkundige en filosoof. Blijvende bekendheid verwierf hij als dichter, onder het pseudoniem 'Adwaita', wat zoiets betekent als 'tweeheidsloze', ook wel non-dualiteit. Hij dichtte de beroemde regels "Ik ben Brahman, maar we zitten zonder meid". Hiermee vatte hij in één zin de problematiek van zijn leven samen: die tussen De Idee en de alledaagse werkelijkheid. De Idee: er is niets dan Brahman dus alles is Brahman, wordt waargenomen in de alledaagse werkelijkheid waarin iemand alledaagse klusjes moet uitvoeren omdat er geen dienstmeid is.

Dèr Mouw studeerde en promoveerde te Leiden in de klassieke letteren, en was leraar aan het gymnasium te Doetinchem, totdat een conflict inzake zijn antichristelijke theorieën, met een felle lastercampagne, een dubbele poging tot zelfmoord en een rechtszaak daaraan in 1902 een eind maakte. Daarna woonde hij als privéleraar in Den Haag.

Als fin-de-siècledichter is Dèr Mouw een relatief onbekende nakomer, zijn poëzie werd pas in 1919, enkele weken na zijn dood, voor het eerst, op enkele publicaties in tijdschriften na, uitgegeven in de dichtbundel Brahman I. Deel II volgde in 1920. Het vertoont opvallende gelijkenissen met het werk van zijn voorgangers. Zo vertolkt Albert Verwey ook de Al-gedachte in zijn poëzie, is Dèr Mouws stijl deels vergelijkbaar met die van Gorters Mei, en was hij evenals Boutens en Leopold een classicus met interesse voor oosterse mystiek. Voornoemde dichters zijn echter allen (veel) bekender dan Dèr Mouw.

Evenals zijn tijdgenoten lijkt hij haast geobsedeerd met de idee van het dualisme in de wereld. Alles wordt bezien vanuit tegenstellingen: goed en kwaad, natuur en cultuur, kunst en wetenschap, gevoel en rede of lichaam en geest. In plaats van zich bij het dualisme neer te leggen, gingen veel kunstenaars en schrijvers op zoek naar een manier om de harmonie te ‘heroveren’. Voor sommigen was dit slechts een intellectueel spel met als ingrediënten filosofie en literatuur.

Maar voor anderen, onder wie Dèr Mouw, was de zoektocht naar harmonie een opdracht waaraan zij hun leven ondergeschikt maakte. Hij ging daarbij alle dogmatiek uit de weg en ging zich daarom ook steeds feller verzetten tegen de Leidse hoogleraar Gerard Bolland, die een hegeliaan was. Keer op keer benadrukt Dèr Mouw in zijn werk de balans die er volgens zijn inzichten bestaat tussen groot en klein, het nietige en het kolossale: een melkweg en een kindertraan.

Harmonie als je reinste innerlijke noodzaak — soms dreef het gemis ervan hem tot wanhoop, maar aan het einde van zijn leven kwam hij tot de bevrijdende conclusie dat de ware wijsheid te vinden is in de mystieke geschriften van het brahmanisme, een verre van uniek standpunt dat hij misschien vond onder invloed van de lectuur van Schopenhauer. Dèr Mouw schreef zijn poëzie vrijwel geheel in de laatste zeven jaren van zijn leven. Het werk bestaat voor het merendeel uit sonnetten(reeksen) en wordt gekenmerkt door een hoogst origineel en oorspronkelijk gebruik van taal en beeldspraak.


'k Ben Brahman. Maar we zitten zonder meid.
Ik doe in huis het een'ge dat ik kan:
'K gooi mijn vuilwater weg en vul de kan;
Maar 'k heb geen droogdoek; en ik mors altijd.

Zij zegt, dat dat geen werk is voor een man.
En 'k voel me hulp'loos en vol zelfverwijt,
Als zij mijn lang verwende onpraktischheid
Verwent met wat ze toverde in de pan.

En steeds vereerde ik Hem, die zich ontvouwt
Tot feeërie van wereld, kunst en weten:

Als zij me geeft mijn bordje havermout,
En 'k zie, haar vingertoppen zijn gespleten,

Dan voel ik éénzelfde adoratie branden
Voor Zon, Bach, Kant, en haar vereelte handen.

J.A. dèr Mouw



Klik hier voor meer werken van Adwaita

zondag 20 mei 2012

Leven dicht bij God...

Alle ontwikkeling begint met intenties. Een intentie kan een voornemen of een oogmerk zijn, een ambitie of een groots visioen. Richt je je op materiële zaken, dan zullen die groeien. Richt je je intenties op God, dan groeit je geest. In zijn nieuwste boek wijst Deepak Chopra de weg naar een leven dicht bij God.

Door: Deepak Chopra

1. Ken je intenties
Ontmasker valse intenties. Roei ze uit en doe iets aan de woede en angst die je ermee verbinden. Valse intenties manifesteren zich als schuldbewuste verlangens: je gunt een ander niet dat hij slaagt, je wilt iemand iets betaald zetten, je wilt dat slechte mensen worden gestraft, je wilt iets stelen dat niet van jou is. Valse intenties kunnen ongrijpbaar zijn, maar je herkent ze aan de bijbehorende gevoelens: angst, hebberigheid, woede, hopeloosheid en zwakte. Ervaar het gevoel, maar geef er niet aan toe. Blijf alert tot je de intenties vindt die erachter schuilgaan.

2. Stel een hoge norm
Probeer heilige of wonderdoener te worden. Waarom niet? Als je weet, dat je door innerlijke groei het meesterschap verwerft, zoek dat meesterschap dan zo snel mogelijk. Je hoeft je niet in bochten te wringen om wonderen te verrichten, maar je moet ze jezelf ook niet onthouden. Meesterschap begint met kijken: zie de wonderen om je heen, dan komen grotere wonderen vanzelf.

3. Zie jezelf in het licht
Het ego kan zich handhaven door ons een gevoel van behoeftigheid en zwakte te geven. Door dat idee van een tekort wil je alles hebben wat je ziet. Geld, macht, seks en genot moeten het gat vullen, maar dat doen ze niet. Schud die hersenschimmen af. Dat kan door jezelf niet te zien in een schaduwgevecht om bij God te komen, maar in het licht van het eerste ogenblik. Het enige verschil tussen jou en een heilige is, dat jouw licht klein is en het zijne groot. Jullie staan allebei in het licht.

4. Zie iedereen in het licht
Je beter voelen dan anderen is de gemakkelijkste manier om tevreden te zijn met jezelf. Uit dat zaadje groeien allerlei vooroordelen. Hier kan een eenvoudig recept helpen. Wanneer je in de verleiding komt een ander te veroordelen - al verdient die het nog zo veel - bedenk dan, dat iedereen zijn best doet op zijn eigen bewustzijnsniveau.

5. Versterk je voornemens dagelijks
Het dagelijks leven is een soort kolkende chaos waar het ego in opgaat. Je moet jezelf dagelijks herinneren aan je spirituele voornemens. Bij sommigen helpt het om intenties op te schrijven, anderen hebben meer aan meditatie of gebed. Zoek je middelpunt, bekijk jezelf kritisch en laat je intenties pas los als je voelt dat ze in je middelpunt zitten.

6. Leer jezelf te vergeven
Iedereen trapt in een onbewaakt moment wel eens in de valkuil van egoïsme en waanideeën. De terloopse opmerking die een ander kwetst, een achteloze leugen, de onweerstaanbare drang om te bedriegen, zijn universeel. Vergeef jezelf dat je bent wie je bent. Denk over jezelf net zoals over anderen: je doet je best op je eigen bewustzijnsniveau.

7. Leer los te laten
De paradox van spiritueel zijn is, dat je altijd tegelijkertijd gelijk en ongelijk hebt. Leven is veranderen: je moet bereid zijn om de overtuigingen, gedachten en daden van vandaag los te laten - al geven ze je nog zo'n spiritueel gevoel. Iedere fase van innerlijke groei is goed. Ze worden allemaal gevoed door God.

8. Vereer wat heilig is
Onze samenleving leert ons sceptisch te staan tegenover alles wat heilig is. Maar iedere heilige is jouw toekomst en iedere meester kijkt over zijn schouder om jou te zien, wacht tot jij meekomt. Menselijke vertegenwoordigers van God vormen een onuitputtelijke bron. Als je daaruit put, zal je hart opengaan.

9. Laat het aan God over
De meeste mensen zijn verslaafd aan zorgen, beheersing, overdreven sturen en gebrek aan vertrouwen. Weersta de verleiding om hierin mee te gaan. Luister niet naar de stem die zegt, dat jij de leiding moet hebben, dat voortdurende waakzaamheid de enige manier is om iets voor elkaar te krijgen. Laat je geest eens iets nieuws proberen. Je intenties vormen het beste instrument dat je hebt. Als je eenmaal de intentie hebt dat alles loopt zoals het moet, kun je de dingen vervolgens loslaten en kansen en mogelijkheden toelaten. Het resultaat dat je uit alle macht probeert te forceren, is misschien minder goed voor je dan het resultaat dat vanzelf komt. Als je iedere dag één procent van je leven aan God zou kunnen overlaten, zou je binnen drie maanden de meest verlichte mens op aarde zijn. Onthoud dat en geef dagelijks iets over, het doet er niet toe wat.

10. Verwelkom het onbekende
In de loop der jaren is je smaak gevormd; je hebt geleerd bepaalde grenzen te aanvaarden. Maar dat is allemaal niet wezenlijk. Het onbekende wacht, het onbekende dat niets te maken heeft met de 'Ik' die je al kent. Sommige mensen bereiken pas op het tijdstip van hun dood het eind van de illusie en dan lijkt één leven, achteraf gezien, ongelooflijk kort en vluchtig. Het deel van ons dat we kennen, is het deel dat maar al te snel dooft. Wanneer je een nieuwe impuls voelt, een verheffende gedachte, een inzicht waarnaar je nog nooit hebt gehandeld, verwelkom dan het onbekende. Koester het als een pasgeboren kind. God leeft in het onbekende en wanneer je dat volledig kunt omhelzen, dan ben je er.




vrijdag 18 mei 2012

Het gevoelige rotsblok

Deze bundel bevat verhalen over spirituele ervaringen en de samenhang van alles: levende wezens, 'dode' materie en gebeurtenissen.

Schijnbare toevalligheden verbergen diepere betekenissen en zijn onderdeel van een groter geheel. De lezer wordt verrast en geboeid door onverwachte wendingen aan het einde van elk verhaal, waarbij ook stukjes van levenspuzzels in elkaar vallen. Zo gaat in het eerste verhaal de hoofdpersoon op reis en beleeft veel wonderlijks in de natuur. Hij wordt teruggevoerd naar het verre verleden, het Romeinse rijk in de derde eeuw voor Christus. Degenen die hij ontmoet spelen een rol binnen het totale levensplan, in verleden en heden.

De schrijver, een partner-relatie-therapeut, laat ons in een vijftal verhalen kennis maken met de gedachtewereld van een olijfboom, de zon, de aarde, een computer, een spreeuw en een overledene, om duidelijk te maken dat alles in de wereld met elkaar samenhangt en dat alles een bedoeling en einddoel heeft. De schrijver baseert zich vooral op het oud-Indiase Advaita-beginsel: elke dualiteit is een illusie.



zondag 13 mei 2012

Tijd voor Nu..! - Een gesprek met Eckhart Tolle

Hij belandde op een plek waar de meeste mensen zelden of nooit komen: het hier en nu. En Eckhart Tolle is vast van plan daar te blijven. Want in het nu bestaan geen problemen: die hebben alles met toekomst en verleden te maken. Tijn Touber sprak met de man die het levende bewijs van zijn woorden is. ‘Iedere handeling die vanuit het nu ontstaat, zal precies juist zijn.’

Tijn Touber

De man in het bed is panisch van angst. Voor de zoveelste keer wordt hij midden in de nacht wakker met die ene, zich steeds herhalende gedachte: ‘Ik kan niet meer met mijzelf leven’. Al jaren wordt hij heen en weer geslingerd tussen ondragelijke spanningen en zelfmoordneigingen. Hij is nog geen dertig, maar de wereld is voor hem nu al een kille, vijandige plek waar hij zo snel mogelijk vandaan wil. Het liefst wil hij oplossen, voorgoed verdwijnen. Deze nacht is de pijn nog heviger dan anders. ‘Ik kan niet langer met mijzelf leven, ik kan niet meer met mijzelf leven’, bonkt het in zijn hoofd. Dan gebeurt er iets vreemds. Plotseling komt er een andere gedachte in hem op: als ik niet met mijzelf kan leven, dan moeten er twee ‘ikken’ zijn: de ‘ik’ en het ‘zelf’ waarmee ‘ik’ niet kan leven. ‘Misschien’, denkt hij, ‘is slechts één van hen echt.’

Die gedachte maakt zoveel indruk, dat hij even helemaal niet meer kan denken. Zijn geest wordt – voor het eerst van zijn leven – volkomen stil. Maar net als hij opgelucht wil ademhalen, verandert de stilte in een draaikolk die hem dreigt mee te zuigen. De angst die hij nu voelt, is zo mogelijk nog groter dan enkele minuten geleden. Hij vreest zichzelf te verliezen en klampt zich – terwijl zijn lichaam oncontroleerbaar begint te trillen – wanhopig vast aan wie hij denkt te zijn: hij is Eckhart Tolle, wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Cambridge, hij is Duitser, hij is een man, een mens, een… Maar het is al te laat. De draaikolk neemt hem mee naar onpeilbare diepten en alles wat hij kan doen, is zich laten vallen.

Eckhart Tolle kan zich niet meer herinneren wat er daarna is gebeurd, maar als hij bijkomt, is hij een ander mens. Ook de wereld om hem heen lijkt veranderd. Het zonlicht dat door de gordijnen valt, is zo mooi, dat hij er tranen van in zijn ogen krijgt. De rest van de dag loopt hij in opperste verbazing door de stad – diep onder de indruk van de schoonheid van het leven. Alsof hij opnieuw is geboren.

Tolle blikt terug: ‘Pas later begreep ik wat er was gebeurd. De intense druk van het lijden was die nacht zo groot geworden, dat mijn bewustzijn werd gedwongen zich los te maken van de identificatie met het ongelukkige en angstige zelf. Dit loskomen moet zo compleet zijn geweest, dat het valse, lijdende zelf in één keer instortte.’
Tolle had in één keer alle identificaties met zijn vorm, rol en identiteit achter zich gelaten. Zijn verleden leek uitgewist en de toekomst onbelangrijk. Het enige wat nog telde was het heden, waarin alles goed was. Hij was op een plek aangeland waar de meeste mensen zelden of nooit komen: het hier en nu.

In zijn nieuwe staat van bewustzijn zit Tolle vervolgens twee jaar vooral op bankjes in de parken van Londen. Geleidelijk aan laat hij steeds meer achter zich: huis, baan, relaties, status, bezittingen... Hij heeft niets meer nodig om gelukkig te zijn. Hij hoeft nergens meer heen en hoefde niets meer te doen. Hij heeft zijn doel bereikt en is op ieder moment precies waar hij moet zijn. Zijn vredige uitstraling wekt belangstelling. Mensen komen naar hem toe en zeggen: ‘Ik wil wat jij hebt. Kun je me dat geven of me laten zien hoe ik het kan krijgen?’ Dan zegt hij, telkens weer: ‘Je hebt het al. Je voelt het alleen niet omdat je geest teveel lawaai maakt.’

De vraag-en-antwoordsessies in stadsparken en bij mensen thuis resulteren in 1998 in zijn boek The Power of Now (New World Library). Nadat het in eerste instantie geen enkele aandacht krijgt, barst de bom als actrice Meg Ryan het boek diep ontroerd onder de aandacht van Oprah Winfrey brengt, die het op haar beurt ‘een van mijn favoriete boeken’ noemt. Van de ene op de andere dag – het is intussen december 2002 – schiet het boek naar de eerste plaats op de bestsellerslijst van The New York Times. Inmiddels is het boek in zo’n dertig talen verkrijgbaar. In Nederland zijn dertigduizend exemplaren verkocht.

In zijn hotelkamer aan een Amsterdamse gracht straalt Eckhart Tolle (56) de rust uit die past bij iemand die in het hier en nu leeft. Hij zegt: ‘Vrijwel iedereen ontleent zijn identiteit aan mentale concepten over wie hij of zij denkt te zijn. Vrijwel iedereen identificeert zich met zijn gedachten. Als je mensen vraagt wie ze zijn, krijg je hun levensverhaal te horen. Maar dat is niet wie ze zijn. Dat verhaal beschrijft slechts een aantal voorvallen uit hun leven. Je kunt jezelf niet leren kennen door erover na te denken. Je kunt jezelf alleen leren kennen door je geest stil te maken en te luisteren – door echt aanwezig te zijn voor wat zich in het heden aandient.

‘De power of now begint bij aandacht. Bij het volledig toelaten, omarmen van datgene dat zich aandient. Vraag jezelf: “wat is nú het probleem?”. En nu betekent nu, dus niet: “Ik weet niet hoe ik de huur aan het eind van de maand moet betalen”. Wat is het probleem nu? Soms moet je die vraag drie of vier keer stellen, om in te zien dat er nu geen probleem is. Iedere handeling die vanuit het nu ontstaat, zal precies juist zijn. Over die beslissing denk je niet na – het is de juiste beslissing in het moment zelf. Zo nu en dan zie je dat bij sporters. Als ze meesterschap bereiken, zijn ze in een staat van volledige aanwezigheid en effectiviteit in het moment zelf. Dat is de basis van hun succes en het is een genot om naar te kijken.

‘De meeste mensen zijn afgescheiden van die levensstroom. Ze vechten tegen zichzelf en staan niet meer open voor het leven, dat nu zijn uiterste best doet om voor hen te werken. Stop met vechten, geef je over aan het nu en zie hoe zaken zich vanzelf en moeiteloos manifesteren. Een probleem bestaat nooit in het heden, maar heeft alles met toekomst en verleden te maken – en beiden bestaan alleen in onze geest. Als ik mijzelf mentaal in de volgende twee weken projecteer, word ik meteen gespannen – al die lezingen die ik moet geven, en wat zullen de mensen ervan denken? Maar verleden en toekomst bestaan eigenlijk niet. Heb je het verleden ooit ervaren? Nee, want alles wat je ervaart, is altijd in het heden. Ga je ooit iets ervaren dat niet in het hier en nu is? Onmogelijk. Verleden en toekomst bestaan niet en toch denken de meeste mensen dat dat wel het geval is.
‘Je kunt je problemen niet oplossen op het niveau van je denken, omdat ze daar zijn ontstaan. Oplossingen komen wanneer je boven je gedachten uitstijgt. Ik noem dat “voorbij het denken”, wat iets anders is dan onwetendheid. Het betekent ook niet dat je nooit meer denkt, maar het betekent dat je geen gevangene meer bent van je eigen geest.’

Overgeven aan het nu is – volgens Eckhart Tolle – de enige weg die leidt naar de wezenlijke vrije wil. ‘De meeste mensen leven in de waan dat zij uit vrije wil besluiten nemen. In werkelijkheid wordt hun handelen volledig bepaald door hun verleden. Hoe je denkt, wat je wilt en wat je denkt dat belangrijk is, wordt allemaal bepaald door je opvoeding, je cultuur, je religie – kortom, door je concepten. Zolang je nog denkt dat je je geest bént, heb je helemaal geen vrije keuze. Spiritueel gesproken ben je bewusteloos. Je denkt misschien dat je weet wat je wilt, maar dat is niet zo – het is slechts de conditionering van je geest die zegt: “Dit is wat je moet hebben”. Dat is geen keuze, dat is mechanisch. Sommige mensen stappen daaruit. Het is dan alsof er ineens meer bewustzijn is, waardoor zij voor het eerst ervaren echt een vrije keuze te hebben. Pas dan kun je verantwoordelijkheid nemen.’

Het klinkt zo makkelijk, maar waarom lijden zoveel mensen dan nog? Of is lijden de enige manier om tot inzicht te komen, zoals Tolle dat zelf ook heeft ervaren? Tolle: ‘Lijden is nodig tot je inziet dat het niet nodig is om te lijden. Je moet lijden tot je dat punt bereikt. Dat lijkt een paradox. Voor de meeste mensen die door een diepe innerlijke transformatie zijn gegaan, is lijden noodzakelijk geweest. Er zijn uitzonderingen. Maar vandaag de dag hoeft niet iedereen meer door de dark night of the soul. Velen hebben al genoeg geleden. De mensheid heeft al zoveel geleden, dat je haast kunt zeggen dat al het noodzakelijke lijden voor de mensheid achter ons ligt. Het is al gebeurd. Het is dus nu mogelijk voor veel individuen om die omslag te maken. Wanneer je inziet dat je lijdt als gevolg van een collectieve conditionering, dan sta je er al met één been buiten. Als je echt gek bent, weet je dat niet, omdat je je compleet hebt geïdentificeerd met die mentale gesteldheid. Het moment dat je je realiseert dat je gek bent, is het begin van je heling.’

Tolle spreekt rustig en zachtjes. Als hij iets wil uitbeelden, dan doet hij dat voornamelijk met zijn gezicht. Zijn handen blijven rustig op zijn schoot liggen. De zweem van een Duits accent maakt zijn Engels een beetje zangerig. De vriendelijke lichtblauwe ogen, het ringbaardje, het rossige haar en de ietwat afhangende schouders maken hem tot het prototype van een antiheld. Voor hem geen stoere taal en ferme terechtwijzingen. Hij wil je niet eens overtuigen. Hij deelt slechts zijn ervaring. Hij is het levende bewijs van zijn woorden.

Met grote regelmaat laat hij stilten vallen, alsof hij luistert of contact maakt met iets buiten hem. Hij spreekt zelf over het veld van aanwezigheid, the field of presence. Door stil te zijn, staat Tolle zodanig open voor dit veld, dat de man die – naar eigen zeggen – geen charisma heeft, een overweldigende indruk maakt. De lezing die hij daags na ons gesprek voor achthonderd mensen geeft, is daarvan een goed voorbeeld. Tolle doet niets anders dan op een stoel zitten en luisteren naar wat hem invalt; hij bereidt lezingen niet of nauwelijks voor om open te staan voor wat zich aandient. En wat zich aandient, is dan ook meer dan hemzelf en dat is na afloop duidelijk op de gezichten van de aanwezigen te lezen.

De metamorfose van een ‘angstige, depressieve en overgevoelige jongeman’ naar een gevierd leraar lijkt een grote test voor het ego. Tolle: ‘Het is een uitdaging om door anderen als “speciaal” te worden gezien, terwijl ik weet dat precies het tegenovergestelde het geval is. Ik ben niet speciaal, ik ben in feite compleet onbelangrijk. De persoon die ik ben, heeft niets van doen met de lessen die ik overbreng. De lessen komen voort uit een staat van aanwezigheid. En die staat kan er alleen maar zijn, omdat de persoon zo onbelangrijk is geworden. Het is juist de afwezigheid van de persoon die maakt dat het gebeurt. Als ik dat vergeet, dan verval ik weer in de egoïstische illusie. Dat is bij verschillende leraren gebeurd, na jarenlang te zijn gebombardeerd met projecties van “speciaal te zijn”. Ze gingen er zelf in geloven. De essentie is dat ik voortdurend blijf beseffen dat ik eigenlijk niets doe. Ik heb bereikt dat ik me realiseer dat ik niemand ben.’ Even is hij stil. Dan met een schaterlach: ‘Dat is niet bepaald iets om trots op te zijn, toch?’

In die bescheidenheid ligt zijn kracht. Zijn boodschap is dezelfde als die van de verlichte meesters van alle tijden. Maar zijn eigen ervaring brengt die boodschap voor velen dichterbij. Een Indiase goeroe staat ver af van de meeste mensen – vrijwel iedereen kan zich identificeren met Eckhart Tolle, een gewone man die probeerde te overleven in de westerse consumptiemaatschappij. Tolle is niet bijzonder en wil dat ook niet zijn. Zijn boodschap is ook herkenbaar: verlichting is nu mogelijk. Er is geen lange weg van meditatie, discipline en onthouding nodig om dat doel te bereiken. Verlichting is geen langdurig pad, maar vooral een beslissing: de beslissing om hier en nu aanwezig te zijn.

Met verontschuldiging in zijn stem zegt Tolle: ‘Het streven naar verlichting is het laatste wat je nog moet loslaten. Als je elke dag trouw aan het mediteren bent om verlichting te bereiken, zit je nog steeds in dezelfde modus als degene die zo graag een nieuwe BMW wil hebben. Het is dezelfde conditionering: “In de toekomst…”. Maar er is geen toekomst. Overgave betekent het besef dat er geen staat is om te bereiken. Je geeft je streven naar een bepaalde staat op en verdiept je in wat er nu al is. En dat is meer dan genoeg. Je bent al helemaal jezelf. Er is niets in de toekomst wat je meer jezelf kan maken.’