Posts tonen met het label Mystiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mystiek. Alle posts tonen
dinsdag 1 januari 2013
Tekens van Leven
Tao Te Tjing in Woord en Beeld
‘Tao Te Tjing’ is de titel van een bundel van 81 Chinese teksten. Deze zijn honderden jaren voor Christus opgeschreven. Vervolgens zijn ze eeuwen lang ontwikkeld en doorverteld.
De teksten gaan over het oerprincipe van het leven en over
het leven zelf. Ze zijn compact, raadselachtig, van alle tijden, poëtisch en filosofisch. Ze bevatten aanwijzingen over het leven in harmonie en vanuit verbondenheid met het oerprincipe Tao.
Op deze site staan de 81 Tao teksten in Nederlandse bewerkingen van Roeland Schweitzer met bijpassende foto's van George Burggraaff.
donderdag 8 november 2012
Vingers...
Zelfrealisatie; verlichting; ons uiteindelijke "zijn"...
Het is iets wat vanuit zijn essentie nu eenmaal niet in woorden gevat kan worden.
Toch proberen ontelbare goeroe's; spirituele gidsen; leraren enz. ons al sinds mensenheugenis te "vertellen" wat het is en hoe we het kunnen bereiken. Uiteindelijk zijn het (net als deze hier) alleen maar woorden. Woorden die allemaal op hun eigen manier hetzelfde uitleggen en waar we vervolgens allemaal onze eigen betekenis aan geven.
Natuurlijk, ze hebben allemaal gelijk en het is allemaal waar; allemaal "vingers die wijzen naar de maan"...
Maar, hoeveel van die vingers heb je nu helemaal nodig voordat je eindelijk door hebt dat er een compleet en schitterend hemellichaam boven je hoofd hangt..!
Laten we stoppen met naar al die vingers te staren en steeds maar naar nieuwe vingers te zoeken en laten we gewoon op onze rug naar die prachtige maan gaan liggen kijken.
Dán gebeurt het namelijk.
Dáár, op die plek en op dát moment.
En dát is wat het is..!!!
Het is iets wat vanuit zijn essentie nu eenmaal niet in woorden gevat kan worden.
Toch proberen ontelbare goeroe's; spirituele gidsen; leraren enz. ons al sinds mensenheugenis te "vertellen" wat het is en hoe we het kunnen bereiken. Uiteindelijk zijn het (net als deze hier) alleen maar woorden. Woorden die allemaal op hun eigen manier hetzelfde uitleggen en waar we vervolgens allemaal onze eigen betekenis aan geven.
Natuurlijk, ze hebben allemaal gelijk en het is allemaal waar; allemaal "vingers die wijzen naar de maan"...
Maar, hoeveel van die vingers heb je nu helemaal nodig voordat je eindelijk door hebt dat er een compleet en schitterend hemellichaam boven je hoofd hangt..!
Laten we stoppen met naar al die vingers te staren en steeds maar naar nieuwe vingers te zoeken en laten we gewoon op onze rug naar die prachtige maan gaan liggen kijken.
Dán gebeurt het namelijk.
Dáár, op die plek en op dát moment.
En dát is wat het is..!!!
zondag 18 maart 2012
Hadewijch, Revolutionair en Mystica
Hadewijch leefde in de dertiende eeuw en kwam vermoedelijk uit Antwerpen. Over haar leven is niet veel bekend. Wel weten we dat ze leidsvrouwe was in een revolutionaire vrouwenbeweging - de begijnen- die in allerlei steden navolging kreeg. Er zijn aanwijzingen dat Hadewijch lange tijd woonde en werkte in Luik, waar in die tijd nog Diets de volkstaal was.
In verschillende steden, met name in de lage landen, staan vrouwen op die zich niet willen laten opsluiten in een opgelegd huwelijk of een klooster. Ze noemen zich begijnen en leggen zich, alleen of in kleine leefgemeenschappen, toe op sociaal werk, gebed en studie. Later zouden deze vrouwen onder kerkelijk (én dus mannelijk) toezicht worden gesteld: in aparte hofjes en met uitgeschreven leefregels. De begijnen zijn dan begijntjes geworden.
In de volkstaal
Hadwijch schreef in het Diets, de voorloper van onze taal. Ze verkoos die taal van het volk boven het Latijn, waarin ze een belangrijk deel van haar scholing had ontvangen.
"Er is niets dat ik niet in het Diets uitdrukken kan", schreef ze eens laconiek.
Ook al ogen de gedichten en brieven die zij ons nagelaten heeft als gedragen poëzie, haar intenties zijn nuchter als de volkstaal die ze gebruikte. Ze zijn ook voor ons nog altijd goed te begrijpen en in te voelen.
"Wat nou, je eenvoudig neerleggen bij de suprematie van God. Is dat echt je bestemming? Ben je niet, als lichaam en geest, geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis? Is dat niet iets om trots op te zijn? En zou God wel zitten te wachten op dwepers die zich zonder slag of stoot aan Zijn voeten werpen?"
Schrijfster en dichteres
Haar literaire meesterschap ligt in de verbinding van twee culturen: die van de rondtrekkende troubadours van het liefdeslied, en die van de religieuze poëzie.
De zangers van de wereld bezingen vooral de hoofse liefde. Daarin gaat het niet om de lichamelijke bekoringen van de geliefde, maar om het verlangen op afstand en om het langzaam opgaan in de geest van de ander.
Hadewijch neemt deze traditie op om te verhalen over haar liefdesrelatie met God. Ze gebruikt het woord minne om die liefdevolle God aan te duiden. Ze gebruikt de term minne overigens voor alle facetten van de liefde: voor de liefde zelf, of om haar gevoel voor de vriendinnen die ze begeleidt uit te drukken. Minne is verwant aan de woorden mens en het Engelse mind. De be-minde is iemand die als het ware aanwezig is in de her-inner-ing, in het bewustzijn van degene die van hem of haar houdt.
Hadewijchs mystieke leermeesters Willem van Saint Thierry en Bernardus van Clairvaux, gebruiken beelden uit het bijbelboek Hooglied om over God te spreken. Hadewijch gaat een stap verder: zij ziet zichzelf als bruid, ja zelfs als de minnares van God die liefde is. In een tijd waarin vrouwen nog wel eens als mislukte mannen worden gezien of als te dempen poelen van verderf, stelt zij zichzelf zelfbewust -fier- op als vrouw. Haar liefde tot God drukt ze lichamelijk uit. En zij beschouwt zichzelf daarbij op een vanzelfsprekende wijze als beeld van God.
De liefde centraal
Liefde maakt vrij en fier, stelt Hadewijch. Zelfbewust zouden wij zeggen. Dit heb je hard nodig om de momenten te doorstaan waarop je je alleen en afgescheiden voelt. Ze blijft overeind door de liefde productief te maken: door zelf een wezen van liefde te worden in de zorg voor anderen, vooral voor de kwetsbaren.
Mensenliefde schiet altijd tekort. Voor Hadewijch is dat echter geen reden om bij de pakken neer te zitten. Integendeel. Weten dat er van je gehouden wordt terwijl je tegelijkertijd weet dat je onvolkomenheden hebt, maakt het wonder van die liefde des te groter. Bovendien houdt het de begeerte naar de ander in stand. Want als je merkt dat je gedragen wordt door de liefde van een ander, wil je dat vaker meemaken. Je doet dat door je te oefenen in het accepteren van jezelf en door van jezelf te geven. Zo zijn de ghebreken voor Hadewijch van belang bij de ervaring van het ghebruken (genieten).
Dit evenwicht van geven en nemen komt echter niet vanzelf. Hadewijch beschrijft dat het verlangen naar de liefde van God zo overheersend kan worden, dat het koortsachtig en gekmakend wordt. Orewoet noemt zij dit verschijnsel. Want de zelfbewuste, vrije mens kan het niet verkroppen dat zij niet altijd en volledig aan de liefde van de Ander kan beantwoorden. Verzadiging en honger ineen, schrijft zij in een van haar gedichten, dat is het leen der vrije liefde.
In verschillende steden, met name in de lage landen, staan vrouwen op die zich niet willen laten opsluiten in een opgelegd huwelijk of een klooster. Ze noemen zich begijnen en leggen zich, alleen of in kleine leefgemeenschappen, toe op sociaal werk, gebed en studie. Later zouden deze vrouwen onder kerkelijk (én dus mannelijk) toezicht worden gesteld: in aparte hofjes en met uitgeschreven leefregels. De begijnen zijn dan begijntjes geworden.
In de volkstaal
Hadwijch schreef in het Diets, de voorloper van onze taal. Ze verkoos die taal van het volk boven het Latijn, waarin ze een belangrijk deel van haar scholing had ontvangen.
"Er is niets dat ik niet in het Diets uitdrukken kan", schreef ze eens laconiek.
Ook al ogen de gedichten en brieven die zij ons nagelaten heeft als gedragen poëzie, haar intenties zijn nuchter als de volkstaal die ze gebruikte. Ze zijn ook voor ons nog altijd goed te begrijpen en in te voelen.
"Wat nou, je eenvoudig neerleggen bij de suprematie van God. Is dat echt je bestemming? Ben je niet, als lichaam en geest, geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis? Is dat niet iets om trots op te zijn? En zou God wel zitten te wachten op dwepers die zich zonder slag of stoot aan Zijn voeten werpen?"
Schrijfster en dichteres
Haar literaire meesterschap ligt in de verbinding van twee culturen: die van de rondtrekkende troubadours van het liefdeslied, en die van de religieuze poëzie.
De zangers van de wereld bezingen vooral de hoofse liefde. Daarin gaat het niet om de lichamelijke bekoringen van de geliefde, maar om het verlangen op afstand en om het langzaam opgaan in de geest van de ander.
Hadewijch neemt deze traditie op om te verhalen over haar liefdesrelatie met God. Ze gebruikt het woord minne om die liefdevolle God aan te duiden. Ze gebruikt de term minne overigens voor alle facetten van de liefde: voor de liefde zelf, of om haar gevoel voor de vriendinnen die ze begeleidt uit te drukken. Minne is verwant aan de woorden mens en het Engelse mind. De be-minde is iemand die als het ware aanwezig is in de her-inner-ing, in het bewustzijn van degene die van hem of haar houdt.
Hadewijchs mystieke leermeesters Willem van Saint Thierry en Bernardus van Clairvaux, gebruiken beelden uit het bijbelboek Hooglied om over God te spreken. Hadewijch gaat een stap verder: zij ziet zichzelf als bruid, ja zelfs als de minnares van God die liefde is. In een tijd waarin vrouwen nog wel eens als mislukte mannen worden gezien of als te dempen poelen van verderf, stelt zij zichzelf zelfbewust -fier- op als vrouw. Haar liefde tot God drukt ze lichamelijk uit. En zij beschouwt zichzelf daarbij op een vanzelfsprekende wijze als beeld van God.
De liefde centraal
Liefde maakt vrij en fier, stelt Hadewijch. Zelfbewust zouden wij zeggen. Dit heb je hard nodig om de momenten te doorstaan waarop je je alleen en afgescheiden voelt. Ze blijft overeind door de liefde productief te maken: door zelf een wezen van liefde te worden in de zorg voor anderen, vooral voor de kwetsbaren.
Mensenliefde schiet altijd tekort. Voor Hadewijch is dat echter geen reden om bij de pakken neer te zitten. Integendeel. Weten dat er van je gehouden wordt terwijl je tegelijkertijd weet dat je onvolkomenheden hebt, maakt het wonder van die liefde des te groter. Bovendien houdt het de begeerte naar de ander in stand. Want als je merkt dat je gedragen wordt door de liefde van een ander, wil je dat vaker meemaken. Je doet dat door je te oefenen in het accepteren van jezelf en door van jezelf te geven. Zo zijn de ghebreken voor Hadewijch van belang bij de ervaring van het ghebruken (genieten).
Dit evenwicht van geven en nemen komt echter niet vanzelf. Hadewijch beschrijft dat het verlangen naar de liefde van God zo overheersend kan worden, dat het koortsachtig en gekmakend wordt. Orewoet noemt zij dit verschijnsel. Want de zelfbewuste, vrije mens kan het niet verkroppen dat zij niet altijd en volledig aan de liefde van de Ander kan beantwoorden. Verzadiging en honger ineen, schrijft zij in een van haar gedichten, dat is het leen der vrije liefde.
zaterdag 3 maart 2012
Rumi
Mohamed Jalal ad-Din Balkhi Rumi of Roemi (1207 - 1273) was een filosoof en dichter van Perzische afkomst en soefi-mysticus. Rumi is één van de belangrijkste personen uit de Perzische dichtkunst voor zijn religieuze dichten die God prijzen. In religieuze kringen wordt hij ook wel Maulana of Mevlana (soms met toevoeging Balkhi naar zijn geboorteplaats) genoemd; dit betekent 'onze meester'.
Rumi was de leidende figuur van de soefibeweging in het middeleeuwse Konya (Turkije). Hij filosofeerde met name over de voordelen van verdraagzaamheid. Bij zijn dood streden de joden, christenen en moslims van Konya om de eer hem naar zijn graf te mogen dragen. Zijn graf is nog steeds een heilige plaats voor volgelingen van allerlei denominaties. Hij stichtte onder andere de dansende derwisjen, een soefi-orde van religieuze dansers en muzikanten. In de dans draaien zij om hun as, waarbij zij mediteren en de naam van God aanroepen.
Roemi was een erg productief schrijver: zijn hoofdwerken Diwan-i Shams-i Tabriz-i en de Masnavî omvatten respectievelijk rond de 40.000 en de 25.000 verzen. Beide werken horen tot de hoogtepunten van de religieuze en mystieke literatuur der mensheid. Zij staan vol met anecdotes en verhalen uit zeer diverse bronnen: de Koran, volksvertellingen, grappen, mystieke ervaringen. Maar deze anecdotes en verhalen worden niet verteld omwille van zichzelf; zij zijn steeds bedoeld om een of ander aspect van het spirituele pad te belichten.
Het openingsvers van "Daglicht" brengt de zeer karakteristieke mystiek van Roemi treffend en heel mooi tot uitdrukking:
De Geliefde is alles, de minnaar slechts een sluier.
De Geliefde is levend, de minnaar een dood ding.
Wanneer Liefde haar kracht gevende zorg onttrekt,
blijft de minnaar achter als een vogel zonder vleugels.
Hoe kan ik wakker en bewust zijn
als het licht van de Geliefde afwezig is?
Liefde wil dat dit Woord
aan het daglicht wordt gebracht.
Vind je de spiegel van het hart dof,
dan is de roest nog niet van haar oppervlak geveegd.
Hoe belangrijk de liefde (voor God) in de spiritualiteit van Roemi is, moge ook blijken uit het volgende vers:
God heeft Zijn licht
over alle zielen uitgestrooid.
Gelukkig zij die hun mantel openen
om het te ontvangen.
Die gelukkigen zien niets anders dan God.
Zonder de mantel van liefde lopen we ons deel mis.
Bij het lezen van Rumi kan men duidelijke parallellen zien met een andere stromingen uit de spiritueel / mystieke wereldtradities, b.v. het Boeddhisme.
Sommige van de thema's in de verzen van Rumi doen boeddhistisch aan. Om er een paar te noemen: het scherpe besef van de vergankelijkheid van de wereld en ons leven; spreuken over de keten van oorzaak en gevolg, die parallellen vertonen met het boeddhistische thema van Karma; het thema van het leven in het hier en nu en de regelmatig in zijn werken terugkerende thematiek van de (nonduale) eenheid met God en de wereld.
Maar Roemi's teksten hebben voor Westerlingen één voordeel t.o.v. boeddhistische wijsheid. Zij zijn ontsproten aan een traditie die dichter bij onze Westerse, Joods / christelijke traditie staat dan de boeddhistische. Wellicht dat Roemi's teksten daardoor voor Westerlingen wat gemakkelijker "na te volgen" of "invoelbaar" kunnen zijn.
Om met een andere Rumi-bewonderaar te spreken: "Zijn teksten zetten aan tot nadenken en zijn zó rijk aan inhoud dat je ze steeds opnieuw kunt herlezen, waarschijnlijk een heel leven lang. Roemi's verzen bieden bemoediging; zijn poëtisch en beeldrijk, warmbloedig, boeiend, soms prikkelend raadselachtig, vol perspectief, en bij dat alles altijd open en mild van toon".
Nog enkele van Rumi's verzen:
Degene die het schuim ziet, verklaart het geheim,
terwijl wie de Zee ziet verbijsterd is.
Degene die het schuim ziet, neemt zich iets voor,
terwijl wie de Zee kent, zijn hart ermee verenigt.
Degene die de schuimvlokken ziet, wikt en weegt,
terwijl wie de Zee ziet, zijn bewuste wil heeft opgegeven.
Degene die de vlokken ziet, is voortdurend in beweging,
terwijl wie de Zee ziet, vrij is van huichelarij.
De mensen die zijn heengegaan (trefwoorden t.b.v. zoekscript: sterven, dood)
bestaan niet niet, ze zijn opgegaan
in de eigenschappen van God,
zoals de ster verdwijnt wanneer de zon verschijnt.
Hoop is de dove die regelmatig hoort dat wij sterven,
maar nooit gehoord heeft van zijn eigen dood
of stilstaat bij zijn eigen einde.
Hebzucht is de blinde die de fouten van anderen haarscherp ziet
en ze van straat tot straat rondbazuint,
zijn blinde ogen nemen echter van zijn eigen fouten niets waar.
De naakte is bang dat hem zijn kleed wordt afgerukt,
maar hoe kun je iemand die naakt is zijn kleed afnemen?
De wereldse mens is behoeftig en dodelijk beangst,
hij bezit niets, toch is hij bang voor dieven.
Naakt kwam hij en naakt gaat hij heen,
maar aldoor is hij doodsbenauwd voor dieven.
Wanneer de dood komt,
is het gejammer niet van de lucht,
terwijl hij zelf in de lacht schiet om zijn angst.
Op dat moment weet de rijke dat hij geen goud bezit
en ziet de scherpzinnige
dat zijn talent hem niet toebehoort.
Als je een been breekt, schenkt God je een vleugel.
Zo opent hij ook vanuit de diepten van de kuil een nooduitgang.
God zei: 'Het maakt niet uit of je bovenin de boom of in de put zit.
Denk aan Mij, Ik ben de sleutel van de weg.'
Rumi was de leidende figuur van de soefibeweging in het middeleeuwse Konya (Turkije). Hij filosofeerde met name over de voordelen van verdraagzaamheid. Bij zijn dood streden de joden, christenen en moslims van Konya om de eer hem naar zijn graf te mogen dragen. Zijn graf is nog steeds een heilige plaats voor volgelingen van allerlei denominaties. Hij stichtte onder andere de dansende derwisjen, een soefi-orde van religieuze dansers en muzikanten. In de dans draaien zij om hun as, waarbij zij mediteren en de naam van God aanroepen.
Roemi was een erg productief schrijver: zijn hoofdwerken Diwan-i Shams-i Tabriz-i en de Masnavî omvatten respectievelijk rond de 40.000 en de 25.000 verzen. Beide werken horen tot de hoogtepunten van de religieuze en mystieke literatuur der mensheid. Zij staan vol met anecdotes en verhalen uit zeer diverse bronnen: de Koran, volksvertellingen, grappen, mystieke ervaringen. Maar deze anecdotes en verhalen worden niet verteld omwille van zichzelf; zij zijn steeds bedoeld om een of ander aspect van het spirituele pad te belichten.
Het openingsvers van "Daglicht" brengt de zeer karakteristieke mystiek van Roemi treffend en heel mooi tot uitdrukking:
De Geliefde is alles, de minnaar slechts een sluier.
De Geliefde is levend, de minnaar een dood ding.
Wanneer Liefde haar kracht gevende zorg onttrekt,
blijft de minnaar achter als een vogel zonder vleugels.
Hoe kan ik wakker en bewust zijn
als het licht van de Geliefde afwezig is?
Liefde wil dat dit Woord
aan het daglicht wordt gebracht.
Vind je de spiegel van het hart dof,
dan is de roest nog niet van haar oppervlak geveegd.
Hoe belangrijk de liefde (voor God) in de spiritualiteit van Roemi is, moge ook blijken uit het volgende vers:
God heeft Zijn licht
over alle zielen uitgestrooid.
Gelukkig zij die hun mantel openen
om het te ontvangen.
Die gelukkigen zien niets anders dan God.
Zonder de mantel van liefde lopen we ons deel mis.
Bij het lezen van Rumi kan men duidelijke parallellen zien met een andere stromingen uit de spiritueel / mystieke wereldtradities, b.v. het Boeddhisme.
Sommige van de thema's in de verzen van Rumi doen boeddhistisch aan. Om er een paar te noemen: het scherpe besef van de vergankelijkheid van de wereld en ons leven; spreuken over de keten van oorzaak en gevolg, die parallellen vertonen met het boeddhistische thema van Karma; het thema van het leven in het hier en nu en de regelmatig in zijn werken terugkerende thematiek van de (nonduale) eenheid met God en de wereld.
Maar Roemi's teksten hebben voor Westerlingen één voordeel t.o.v. boeddhistische wijsheid. Zij zijn ontsproten aan een traditie die dichter bij onze Westerse, Joods / christelijke traditie staat dan de boeddhistische. Wellicht dat Roemi's teksten daardoor voor Westerlingen wat gemakkelijker "na te volgen" of "invoelbaar" kunnen zijn.
Om met een andere Rumi-bewonderaar te spreken: "Zijn teksten zetten aan tot nadenken en zijn zó rijk aan inhoud dat je ze steeds opnieuw kunt herlezen, waarschijnlijk een heel leven lang. Roemi's verzen bieden bemoediging; zijn poëtisch en beeldrijk, warmbloedig, boeiend, soms prikkelend raadselachtig, vol perspectief, en bij dat alles altijd open en mild van toon".
Nog enkele van Rumi's verzen:
Degene die het schuim ziet, verklaart het geheim,
terwijl wie de Zee ziet verbijsterd is.
Degene die het schuim ziet, neemt zich iets voor,
terwijl wie de Zee kent, zijn hart ermee verenigt.
Degene die de schuimvlokken ziet, wikt en weegt,
terwijl wie de Zee ziet, zijn bewuste wil heeft opgegeven.
Degene die de vlokken ziet, is voortdurend in beweging,
terwijl wie de Zee ziet, vrij is van huichelarij.
De mensen die zijn heengegaan (trefwoorden t.b.v. zoekscript: sterven, dood)
bestaan niet niet, ze zijn opgegaan
in de eigenschappen van God,
zoals de ster verdwijnt wanneer de zon verschijnt.
Hoop is de dove die regelmatig hoort dat wij sterven,
maar nooit gehoord heeft van zijn eigen dood
of stilstaat bij zijn eigen einde.
Hebzucht is de blinde die de fouten van anderen haarscherp ziet
en ze van straat tot straat rondbazuint,
zijn blinde ogen nemen echter van zijn eigen fouten niets waar.
De naakte is bang dat hem zijn kleed wordt afgerukt,
maar hoe kun je iemand die naakt is zijn kleed afnemen?
De wereldse mens is behoeftig en dodelijk beangst,
hij bezit niets, toch is hij bang voor dieven.
Naakt kwam hij en naakt gaat hij heen,
maar aldoor is hij doodsbenauwd voor dieven.
Wanneer de dood komt,
is het gejammer niet van de lucht,
terwijl hij zelf in de lacht schiet om zijn angst.
Op dat moment weet de rijke dat hij geen goud bezit
en ziet de scherpzinnige
dat zijn talent hem niet toebehoort.
Als je een been breekt, schenkt God je een vleugel.
Zo opent hij ook vanuit de diepten van de kuil een nooduitgang.
God zei: 'Het maakt niet uit of je bovenin de boom of in de put zit.
Denk aan Mij, Ik ben de sleutel van de weg.'
zondag 5 februari 2012
Mystiek
Het woord mystiek wordt in verschillende betekenissen gebruikt. In het dagelijkse taalgebruik is mystiek vooral een bijvoeglijk naamwoord en betekent dan geheimzinnig, verborgen of raadselachtig. In andere betekenissen heeft het woord betrekking op ofwel een streven naar- dan wel een beleving.
Kenmerken
Hoewel de mystieke ervaring van een persoon in details en intensiteit kan verschillen worden er meestal dezelfde, algemene kenmerken beschreven:
In de mystieke ervaring verdwijnt alle 'andersheid' en wordt de wereld als een geheel ervaren; de mysticus probeert zich te verenigen met het transcendente.
De mysticus komt tot de realisatie dat zijn/haar eigen subjectieve werkelijkheid niet afzonderlijk van de object-gerichte werkelijkheid kan bestaan.
Er bestaan natuurlijke en religieuze mystieke ervaringen. Natuurlijke mystieke ervaringen zijn bijvoorbeeld het gevoel dat ervaren wordt één te zijn met de natuur tijdens een lange boswandeling. Dit soort ervaringen zijn van een geheel andere aard dan de religieuze mystieke ervaringen, vooral omdat ze passief zijn. Meestal 'overkomt' het iemand zonder dat deze de ervaring actief nastreeft. Natuurlijke mystieke ervaringen worden niet als religieuze ervaringen beschouwd omdat ze niet met een bepaalde traditie verbonden zijn. Het zijn uiteraard wel spirituele ervaringen en kunnen een diepgaande invloed op het individu hebben.
Religieuze mystieke ervaringen zijn vaak meer actief dan de passieve natuurlijke ervaring. De mystieke ervaring kan worden opgeroepen middels het hierboven genoemde gebed, contemplatie of meditatie.
Verder kan volgens sommigen een mystieke ervaring worden beleefd bij het gebruik van psychedelische drugs, zoals LSD of paddo's. In veel niet-westerse culturen was (en is) gebruik van dit soort middelen een belangrijk onderdeel van de religie.
De mystieke ervaring kan vaak niet helemaal in woorden uitgedrukt worden. Net zoals met alle ervaring moet je de feitelijke ervaring hebben om te weten hoe het is. Iemand kan vertellen hoe een zonsondergang eruit ziet of hoe een koekje smaakt, maar je weet het pas echt als je de zonsondergang zelf ziet of zelf het koekje eet. Dat wil echter niet zeggen dat 'zonsondergang' of 'koekjes eten' niet zouden bestaan. (Deze voorbeelden noemt Ken Wilber in 'Overgave en strijd') Mystieke ervaring is grotendeels onuitsprekelijk, maar het kan wel worden overgedragen door het beoefenen onder leiding van een leraar. Mystieke ervaring is niet zekerder of minder zeker dan elke andere directe ervaring. Het is empirische kennis. Empirische ervaringen vergelijken we telkens met andere empirische ervaringen om tot bewijs te komen. Precies dat hebben mystici door de eeuwen heen gedaan en doen zij nog: ze leggen hun kennis naast elkaar en vergelijken en verfijnen. Ware mystiek is in tegenstelling tot dogmatische religie heel wetenschappelijk, omdat het gebaseerd is op empirisch bewijs en proefneming.
Doordat bij mystici vaak paranormale ervaringen en verschijnselen worden waargenomen is de mystiek ook een onderzoeksterrein voor de parapsychologie. Doch eveneens vanuit strikt wetenschappelijke psychologie is er recent interesse voor mystieke ervaringen. Met name vanuit het behaviorisme wordt een verband gelegd tussen het typisch menselijk vermogen tot perspectiefname en mystieke belevingen
Vormen van mystieke kennis
Mystiek betekent in het eerste geval het op enigerlei wijze trachten te komen tot een innige vereniging met God, het goddelijke of het bovennatuurlijke, of het bereiken van diepe staten van meditatie (zoals jhanas) en spirituele realisaties (zoals Nirvana). Veelal gebeurt dit door middel van gebed, beschouwing of meditatie.
In het andere geval is sprake van subjectieve ervaringen van bovennatuurlijke aard, contact dus met een andere werkelijkheid dan de gebruikelijke. Deze contacten kunnen meer of minder intensief zijn. Al naargelang de afstand tot het bovenaardse kunnen zulke ervaringen uiteenlopen van een eenvoudig besef van het hogere tot aan een heftige vervoering, buiten zichzelf treden of het goddelijke intens gewaarworden.
De Boeddha onderscheidde Zes Bovennatuurlijke Krachten, die zowel ervaringen van bovennatuurlijke aard als spirituele realisaties en vormen van kennis bevatten.
Kenmerken
Hoewel de mystieke ervaring van een persoon in details en intensiteit kan verschillen worden er meestal dezelfde, algemene kenmerken beschreven:
In de mystieke ervaring verdwijnt alle 'andersheid' en wordt de wereld als een geheel ervaren; de mysticus probeert zich te verenigen met het transcendente.
De mysticus komt tot de realisatie dat zijn/haar eigen subjectieve werkelijkheid niet afzonderlijk van de object-gerichte werkelijkheid kan bestaan.
Er bestaan natuurlijke en religieuze mystieke ervaringen. Natuurlijke mystieke ervaringen zijn bijvoorbeeld het gevoel dat ervaren wordt één te zijn met de natuur tijdens een lange boswandeling. Dit soort ervaringen zijn van een geheel andere aard dan de religieuze mystieke ervaringen, vooral omdat ze passief zijn. Meestal 'overkomt' het iemand zonder dat deze de ervaring actief nastreeft. Natuurlijke mystieke ervaringen worden niet als religieuze ervaringen beschouwd omdat ze niet met een bepaalde traditie verbonden zijn. Het zijn uiteraard wel spirituele ervaringen en kunnen een diepgaande invloed op het individu hebben.
Religieuze mystieke ervaringen zijn vaak meer actief dan de passieve natuurlijke ervaring. De mystieke ervaring kan worden opgeroepen middels het hierboven genoemde gebed, contemplatie of meditatie.
Verder kan volgens sommigen een mystieke ervaring worden beleefd bij het gebruik van psychedelische drugs, zoals LSD of paddo's. In veel niet-westerse culturen was (en is) gebruik van dit soort middelen een belangrijk onderdeel van de religie.
De mystieke ervaring kan vaak niet helemaal in woorden uitgedrukt worden. Net zoals met alle ervaring moet je de feitelijke ervaring hebben om te weten hoe het is. Iemand kan vertellen hoe een zonsondergang eruit ziet of hoe een koekje smaakt, maar je weet het pas echt als je de zonsondergang zelf ziet of zelf het koekje eet. Dat wil echter niet zeggen dat 'zonsondergang' of 'koekjes eten' niet zouden bestaan. (Deze voorbeelden noemt Ken Wilber in 'Overgave en strijd') Mystieke ervaring is grotendeels onuitsprekelijk, maar het kan wel worden overgedragen door het beoefenen onder leiding van een leraar. Mystieke ervaring is niet zekerder of minder zeker dan elke andere directe ervaring. Het is empirische kennis. Empirische ervaringen vergelijken we telkens met andere empirische ervaringen om tot bewijs te komen. Precies dat hebben mystici door de eeuwen heen gedaan en doen zij nog: ze leggen hun kennis naast elkaar en vergelijken en verfijnen. Ware mystiek is in tegenstelling tot dogmatische religie heel wetenschappelijk, omdat het gebaseerd is op empirisch bewijs en proefneming.
Doordat bij mystici vaak paranormale ervaringen en verschijnselen worden waargenomen is de mystiek ook een onderzoeksterrein voor de parapsychologie. Doch eveneens vanuit strikt wetenschappelijke psychologie is er recent interesse voor mystieke ervaringen. Met name vanuit het behaviorisme wordt een verband gelegd tussen het typisch menselijk vermogen tot perspectiefname en mystieke belevingen
Vormen van mystieke kennis
Mystiek betekent in het eerste geval het op enigerlei wijze trachten te komen tot een innige vereniging met God, het goddelijke of het bovennatuurlijke, of het bereiken van diepe staten van meditatie (zoals jhanas) en spirituele realisaties (zoals Nirvana). Veelal gebeurt dit door middel van gebed, beschouwing of meditatie.
In het andere geval is sprake van subjectieve ervaringen van bovennatuurlijke aard, contact dus met een andere werkelijkheid dan de gebruikelijke. Deze contacten kunnen meer of minder intensief zijn. Al naargelang de afstand tot het bovenaardse kunnen zulke ervaringen uiteenlopen van een eenvoudig besef van het hogere tot aan een heftige vervoering, buiten zichzelf treden of het goddelijke intens gewaarworden.
De Boeddha onderscheidde Zes Bovennatuurlijke Krachten, die zowel ervaringen van bovennatuurlijke aard als spirituele realisaties en vormen van kennis bevatten.
Bron: Wikipedia
Abonneren op:
Posts (Atom)