maandag 27 juni 2016

RUPERT SPIRA, Contemplating the Nature of Experience

Rupert Spira first came across the poetry of Rumi at the age of fifteen in 1975. Shortly afterwards he learned the Mevlevi Turning, a sacred Sufi dance of movement, prayer and meditation, at Colet House in London.

Soon after this he met his first teacher, Dr. Francis Roles, who was himself a student of Shantananda Saraswati the Shankaracharya of the North of India,. Under Dr. Roles’ guidance he learned mantra meditation and was introduced to the classical system of Advaita or Non-Duality. This formed the foundation of his interest and practice for the next 25 years.

During this time he read everything available by the Russian philosopher, P.D. Ouspensky, and learnt Gurdjieff’s Movements. 

During the late 1970s he attended Krishnamurti’s last meetings at Brockwood Park close to his childhood home and was deeply impressed and influenced by his intellectual rigor and fierce humility. Throughout these years he also studied the teachings of Ramana Maharshi and Sri Nisargadatta Maharaj on a continuous basis. Towards the end of the 1980s he had a brief encounter with the teachings of Da Free John whose early writings made a deep impression on him.

During the late seventies and early eighties Rupert trained as a ceramic artist under Henry Hammond and Michael Cardew, two of the founding fathers of the British Studio Pottery movement. He started his first studio in 1983 making pieces that are to be found in private and public collections around the world.

A turning point in the mid 1990s led Rupert to an American teacher, Robert Adams, who died two days after he arrived. However, while visiting, Rupert was told about another teacher, Francis Lucille.

Several months later Rupert met Francis. The first words Rupert heard him say were, “Meditation is a universal ‘Yes’ to everything.” Although this is the sort of phrase anyone on the spiritual circuit might come across, nevertheless it was pivotal moment in Rupert's life. “At this moment I realized that I had arrived home, that this encounter was the flowering and fulfillment of the previous thirty years of seeking.” When Rupert asked Francis at that first meeting what to do next, he replied, “Come as often as you can.”

Over the next twelve years Rupert spent all the spare time that work and family commitments would allow with Francis, exploring the sense of separation as it appears in the mind in the form of beliefs and, more importantly, how it appears in the body as feelings of being located and limited. Francis also introduced Rupert to the Direct Path teachings of Atmananda Krishnamenon, and the tantric approach of Kashmir Shaivism, which he had received from his teacher, Jean Klein.

Of the essence of these years, Rupert writes, "The greatest discovery in life is to discover that our essential nature does not share the limits nor the destiny of the body and mind.

I do not know what it is about the words, actions or presence of the teacher or teaching that seem to awaken this recognition of our essential nature as it truly is and its subsequent realization in our lives but I am eternally grateful to Francis for our friendship."

Rupert lives in Oxford, UK, with his wife, Ellen, a therapist and yoga teacher in the non-dual tradition of Kashmir Shaivism, and his son, Matthew. He holds meetings and retreats worldwide.




maandag 2 mei 2016

Hsin Hsin Ming: Oorspronkelijke Geest (Nederlandse vertaling)


De grote weg is niet moeilijk
voor wie geen voorkeuren heeft.
Wanneer liefde en haat beide afwezig zijn,
wordt alles helder en onversluierd.
Maak je echter ook maar het kleinste onderscheid,
dan wijken hemel en aarde oneindig ver uiteen.
Wil je de waarheid zien,
wees dan nergens voor of tegen.
Het vergelijken van wat je bevalt met wat je niet bevalt,
is de ziekte van de geest.
Als je de diepste betekenis van de dingen niet begrijpt,
wordt je onontbeerlijke gemoedsrust onnodig verstoord.

De weg is volmaakt als onmetelijke ruimte
waarbinnen niets ontbreekt en niets overbodig is.
Werkelijk, omdat wij steeds weer het een aanvaarden en het ander afwijzen,
zien wij de ware aard van de dingen niet.
Leef noch verstrikt in uiterlijke zaken,
noch met een innerlijk gevoel van leegte.
Wees gelijkmoedig binnen de eenheid van alle dingen
en zulke onjuiste denkbeelden verdwijnen vanzelf.
Als je probeert activiteit tot rust te brengen om tot passiviteit te komen,
zal juist je poging daartoe je met activiteit vervullen.
Zolang je of tot het een of tot het ander overhelt,
zul je nooit eenheid kennen.

Wie niet leeft volgens de enige weg
schiet tekort zowel in activiteit als in passiviteit,
zowel in gerichtzijn naar buiten als in onthechting.
Als je de realiteit van de dingen ontkent,
ontgaat je hun werkelijkheid;
als je de oppervlakkigheid van de dingen benadrukt,
ontgaat je hun ware bestaan.
Hoe meer je erover praat en denkt,
des te verder dwaal je van de waarheid af.
Houd op met praten en denken
en er is niets dat je niet zult begrijpen.
Terugkeren naar de kern betekent de diepere zin ontdekken,
maar ijdele schijn najagen betekent de bron over het hoofd zien.
Op het moment van de innerlijke verlichting
overstijg je de oppervlakkige schijn en leegte.
De ogenschijnlijke veranderingen in de wereld van oppervlakkigheden
komen ons reëel voor door onze onwetendheid.
Zoek niet naar de waarheid;
houd er alleen mee op vaststaande meningen te koesteren.

Laat de staat van dualisme achter je;
vermijd zorgvuldig alles wat daartoe leidt.
Als er zelfs maar een spoor is
van zus en zo, van goed en slecht,
raakt je diepste wezen verstrikt in verwarring.
Wees, hoewel alle dualiteiten komen van het Ene,
zelfs niet aan dit Ene gehecht.
Als je geest rustig de weg volgt,
kan niets ter wereld je nog kwetsen,
en wanneer iets niet langer kwetsend is,
verandert het van aanzicht.

Als er geen kritische gedachten opkomen,
houdt de oude geest op te bestaan.
Als gedachte-objecten verdwijnen,
verdwijnt het denkende subject,
net zoals de dingen verdwijnen wanneer de geest verdwijnt.
Dingen verdwijnen omdat er een subject oftewel geest is;
en de geest is een subject omdat er objecten zijn.
Zie de onderlinge afhankelijkheid tussen deze beide
en de fundamentele waarheid: het éénzijn van de leegte.
In deze leegte zijn beide niet van elkaar te onderscheiden
en elk bevat in zichzelf de hele wereld.
Als je geen onderscheid maakt tussen grof en fijn
raak je niet star en bevooroordeeld.

Leven volgens de grote weg
is gemakkelijk noch moeilijk.
Maar heb je een beperkte kijk,
dan ben je angstig en onzeker:
hoe meer je je haast, des te langzamer kom je vooruit.
Gehechtheid beperkt zich niet tot één gebied;
zelfs als je je hecht aan het idee van verlichting
ben je al op de verkeerde weg.
Laat de dingen eenvoudigweg zoals ze zijn
en er zal komen noch gaan meer bestaan.

Pas je aan aan de aard van de dingen
en je zult je vrij en ongestoord kunnen bewegen.
Als je gedachten aan banden zijn gelegd, is de waarheid verborgen,
want alles is dan vuil en troebel.
De neerdrukkende gewoonte alles te bekritiseren
veroorzaakt ergernis en afmatting.
Welk voordeel valt er te behalen
uit kieskeurigheden en vooroordelen?

Als je de ene weg wilt bewandelen,
keur dan zelfs de zintuig- en ideeënwereld nooit af.
Ja, deze volledig aanvaarden
staat zelfs gelijk aan ware verlichting.
De wijze streeft niets na,
maar de dwaas slaat zichzelf in de boeien.
Er is maar één dharma, er zijn er geen vele;
domme hunkeringen veroorzaken al het onderscheid.
Met een geest vol vooroordelen de Geest zoeken
is de grootste van alle fouten.

Rust en onrust komen voort uit illusie;
binnen de verlichting bestaat geen voorkeur of afkeer.
Alle tegenstellingen ontstaan uit onjuiste conclusies.
Deze zijn als denkbeeldige bloemen in de lucht:
het is dwaasheid ze te willen vastgrijpen.
Winst en verlies, goed en kwaad:
Zet zulke gedachten meteen definitief van je af.

Als het oog nooit slaapt,
lossen alle dromen vanzelf op.
Als de geest geen onderscheid maakt,
zijn de tienduizend dingen om je heen zoals ze zijn,
komen ze alle uit dezelfde kern voort.
Als je het mysterie van deze gemeenschappelijke essentie begrijpt,
ben je bevrijd uit alle verwarring.
Als je alle dingen als gelijkwaardig beschouwt,
heb je de tijdloze essentie van het zelf bereikt.
Er zijn geen vergelijkingen en analogieën meer mogelijk
als er geen oorzaken, geen onderlinge verbanden meer bestaan.

Als je beweging in stilte bestudeert
en stilte in beweging,
verdwijnen stilte en beweging allebei.
Als zulke tegenstellingen verdwijnen,
kan eenheid zelf niet bestaan.
Op deze hoogste waarheid
is geen enkele wet of beschrijving van toepassing.

Voor de alomvattende geest die in overeenstemming is met de weg
verdwijnt al het egocentrische streven.
Twijfels en aarzelingen lossen zich op
en een leven vol vertrouwen wordt mogelijk.
Met één sprong zijn wij uit onze gevangenschap bevrijd;
niets kleeft ons meer aan en er is niets waaraan wij nog vastklampen.
Alles is leeg, helder, vanzelfsprekend,
als we niet langer overal ons denkvermogen op loslaten.
Hier tellen gedachte, gevoel, kennis en verbeelding niet meer.
In deze wereld van het pure zijn
is er noch zelf noch iets anders dan zelf.

Zeg, om je regelrecht op deze werkelijkheid af te stemmen,
wanneer je twijfel voelt opkomen, eenvoudig: "Niet twee."
In dit 'niet twee' is niets afgescheiden,
niets buitengesloten.
Ongeacht waar of wanneer,
verlichting betekent dat je in deze waarheid doordringt.
En deze kan in tijd of ruimte niet groter of kleiner worden;
erbinnen duurt een enkele gedachte tienduizend jaar.

Leegte hier, leegte daar,
maar het oneindige heelal
is altijd zichtbaar om je heen.
Oneindig groot en oneindig klein;
geen verschil, want definities zijn verdwenen
en nergens zijn grenzen te zien.
Evenzo met zijn en niet-zijn.
Verspil geen tijd aan twijfels en redeneringen
die hiermee niets te maken hebben.

Eén ding, alle dingen:
houd je er niet afzijdig van, leef er middenin,
zonder kieskeurig te zijn.
Als je dit steeds blijft beseffen,
maak je je geen zorgen om onvolmaaktheid.
Leven naar dit geloof is de weg naar eenheid,
want wat niet gescheiden is, is één met de geest die zich overgeeft.

Woorden!
De weg kan niet door taal worden uitgedrukt,
want zij kent
geen gisteren
geen morgen
geen vandaag.





zondag 1 mei 2016

Hsin Hsin Ming: Verses on the Faith Mind

The Great Way is not difficult
for those who have no preferences.
When love and hate are both absent
everything becomes clear and undisguised.
Make the smallest distinction, however
and heaven and earth are set infinitely apart.
If you wish to see the truth
then hold no opinions for or against anything.
To set up what you like against what you dislike
is the disease of the mind.
When the deep meaning of things is not understood
the mind's essential peace is disturbed to no avail.

The Way is perfect like vast space
where nothing is lacking and nothing is in excess.
Indeed, it is due to our choosing to accept or reject
that we do not see the true nature of things.
Live neither in the entanglements of outer things,
nor in inner feelings of emptiness.
Be serene in the oneness of things
and such erroneous views will disappear by themselves.
When you try to stop activity to achieve passivity
your very effort fills you with activity.
As long as you remain in one extreme or the other
you will never know Oneness.

Those who do not live in the single Way
fail in both activity and passivity,
assertion and denial.
To deny the reality of things
is to miss their reality;
to assert the emptiness of things 
is to miss their reality.
The more you talk and think about it,
the further astray you wander from the truth.
Stop talking and thinking,
and there is nothing you will not be able to know.
To return to the root is to find the meaning,
but to pursue appearances is to miss the source.
At the moment of inner enlightenment
there is a going beyond appearance and emptiness.
The changes that appear to occur in the empty world
we call real only because of our ignorance.
Do not search for the truth;
only cease to cherish opinions.

Do not remain in the dualistic state
avoid such pursuits carefully.
If there is even a trace 
of this and that, of right and wrong,
the Mind-essence will be lost in confusion.
Although all dualities come from the One,
do not be attached even to this One.
When the mind exists undisturbed in the Way,
nothing in the world can offend,
and when a thing can no longer offend,
it ceases to exist in the old way.

When no discriminating thoughts arise,
the old mind ceases to exist.
When thought objects vanish,
the thinking-subject vanishes,
as when the mind vanishes, objects vanish.
Things are objects because of the subject (mind);
the mind (subject) is such because of things (object).
Understand the relativity of these two
and the basic reality: the unity of emptiness.
In this Emptiness the two are indistinguishable
and each contains in itself the whole world.
If you do not discriminate between coarse and fine
you will not be tempted to prejudice and opinion.

To live in the Great Way
is neither easy nor difficult,
but those with limited views
and fearful and irresolute:
the faster they hurry, the slower they go,
and clinging (attachment) cannot be limited;
even to be attached to the idea of enlightenment
is to go astray.
Just let things be in their own way
and there will be neither coming nor going.

Obey the nature of things (your own nature),
and you will walk freely and undisturbed.
When thought is in bondage the truth is hidden,
for everything is murky and unclear,
and the burdensome practice of judging
brings annoyance and weariness.
What benefit can be derived
from distinctions and separations?

If you wish to move in the One Way
do not dislike even the world of senses and ideas.
Indeed, to accept them fully
is identical with true Enlightenment.
The wise man strives to no goals
but the foolish man fetters himself.
This is one Dharma, not many:
distinctions arise
from the clinging needs of the ignorant.
To seek Mind with the (discriminating) mind
is the greatest of all mistakes.

Rest and unrest derive from illusion;
with enlightenment there is no liking and disliking.
All dualities come from ignorant inference.
The are like dreams of flowers in the air:
foolish to try to grasp them.
Gain and loss, right and wrong:
such thoughts must finally be abolished at once.

If the eye never sleeps,
all dreams will naturally cease.
If the mind makes no discriminations,
the ten thousand things
are as they are, of single essence.
To understand the mystery of this On -essence
is to be release from all entanglements.
When all things are seen equally
the timeless Self-essence is reached.
No comparisons or analogies are possible
in this causeless, relationless state.

Consider movement stationary
and the stationary in motion,
both movement and rest disappear.
When such dualities cease to exist
Oneness itself cannot exist.
To this ultimate finality
no law or description applies.

For the unified mind in accord with the Way
all self-centered straining ceases.
Doubles and irresolution's vanish
and life in true faith is possible.
With a single stroke we are freed from bondage;
nothing clings to us and we hold to nothing.
All is empty , clear, self-illuminating,
with no exertion of the mind's power.
Here thought, feeling, knowledge, and imagination
are of no value.
In this world of Suchness
there is neither self nor other-than-self.

To come directly into harmony with this reality
just simply say when doubt arises, `Not two.'
In this `no two' nothing is separate,
nothing excluded.
No matter when or where,
enlightenment means entering this truth.
And this truth is beyond extension or
diminution in time or space;
in it a single thought is ten thousand years.

Emptiness here, Emptiness there,
but the infinite universe stands
always before your eyes.
Infinitely large and infinitely small;
no difference, for definitions have vanished
and no boundaries are seen.
So too with Being and non-Being.
Don't waste time in doubts and arguments
that have nothing to do with this.

One thing, all things:
move among and intermingle,
without distinction.
To live in this realization
is to be without anxiety about non-perfection.
To live in this faith is the road to non-duality,
Because the non-dual is one with the trusting mind.

Words!
The Way is beyond language,
for in it there is
no yesterday
no tomorrow
no today.




zondag 3 januari 2016

Dit Jaar...


En weer een jaar komt tot besluit
Seizoenencirkel die zich sluit 

Een nieuw jaar dient zich nu dus aan
Een nieuwe cirkel gaat van start

Opnieuw een jaar van vrede en van oorlog..?
Van ziekte en gezondheid..?
Van overschot en van tekort..?

Of zal dit een jaar zijn van wat zijn kan..?

Een jaar van bewustzijn en van éénheid
Van liefde, leven en van mogen zijn...

All is one..!

When somewhere in the world someone is watching the sunset and is contemplating the end of the day, at the same time somewhere else someone is watching a sunrise, anticipating a new beginning

This is the way of the world, the way of life and the way of the universe

Beginning and end; they are all the same

There is no difference and all is one..!


Wei Wu Wei


dinsdag 28 juli 2015

The Empty Boat

He who rules men lives in confusion.
He who is ruled by men lives in sorrow.

Yao therefore desired
Neither to influence others
Nor to be influenced by them.
The way to get clear of confusion
And free of sorrow
Is to live with Tao
In the land of the great Void.

If a man is crossing a river
And an empty boat collides with his own skiff,
Even though he be a bad-tempered man
He will not become very angry.
But if he sees a man in the boat,
He will shout at him to steer clear.
If the shout is not heard, he will shout again,
And yet again, and begin cursing.
And all because there is somebody in the boat.
Yet if the boat were empty.
He would not be shouting, and not angry.

If you can empty your own boat
Crossing the river of the world,
No one will oppose you,
No one will seek to harm you.

The straight tree is the first to be cut down,
The spring of clear water is the first to be drained dry.
If you wish to improve your wisdom
And shame the ignorant,
To cultivate your character
And outshine others;
A light will shine around you
As if you had swallowed the sun and the moon:
You will not avoid calamity.

A wise man has said:
"He who is content with himself
Has done a worthless work.
Achievement is the beginning of failure.
Fame is beginning of disgrace."

Who can free himself from achievement
And from fame, descend and be lost
Amid the masses of men?
He will flow like Tao, unseen,
He will go about like Life itself
With no name and no home.
Simple is he, without distinction.
To all appearances he is a fool.
His steps leave no trace. He has no power.
He achieves nothing, has no reputation.
Since he judges no one
No one judges him.
Such is the perfect man:
His boat is empty.





dinsdag 26 mei 2015

Boeddhisme, religie of filosofie?

Is het boeddhisme een filosofie of een religie? Gedurende de afgelopen 2600 jaar is in de breedte en diepte erg veel boeddhistische filosofische literatuur geproduceerd. In die zin zou het een filosofie kunnen zijn. Maar het boeddhisme kan ook als een religie worden beschouwd. Als onder die term tenminste niet een geloof in een scheppende god wordt gedefinieerd. In een tiendelige serie in het boeddhistisch magazine Tricycle- over misinterpretaties in het boeddhisme, beschouwen de auteurs beide kanten.

Ze stellen dat de verfijning en strengheid van boeddhistische filosofische analyses kunnen wedijveren met die van de in Europa ontwikkelde filosofische school. Verschillende filosofische scholen binnen het boeddhisme, de auteurs noemen de Abhidhamma scholen van Birma, met hun zorgvuldige analyse van de bestanddelen van de werkelijkheid (dharma), de Chinese Huayan school, met zijn uitgebreide schets van een universele causaliteit die alle dingen maakt en wordt gemaakt door alle andere dingen (shishi wu’ai fajie) en de Tibetaanse Gelugpa-school van Tibet, met zijn nauwkeurige afbakeningen van de relatie tussen leegte (sunyata) en het afhankelijke ontstaan (pratityasamutpada).

Ondanks deze rijkdom aan filosofie is het boeddhisme ook een spirituele beleving met magie en wonderen, die we vaak met religie associëren. De co-auteurs van de Princeton Dictionary of Buddhism Robert E. Buswell Jr. en Donald S. Lopez Jr. zeggen bij het schrijven van het woordenboek voortdurend verbaasd te zijn geweest over de veelvoud en het centraal stellen van magie en wonderen in biografieën en legenden over de Boeddha, zijn leerlingen en opvolgers door de eeuwen heen.

Van de acht grote bedevaartsoorden in het Indische boeddhisme, die belangrijke gebeurtenissen in Boeddha’s leven herdenken, worden in vier ervan wonderen getoond en beschreven. Onder deze sites is Sravasti, waar de Boeddha wordt uitgebeeld als hij door de lucht vliegend en vuur en water spuwend (yamakapratiharya) een rivaliserende groep yogi’s te lijf gaat.

Zulke wonderen worden niet alleen toegeschreven aan de Boeddha. Maar –in de beheersing van de vierde etappe van meditatieve absorptie (dhyana)- ook aan de mediteerder , die er uiteindelijk toe zullen leiden –na het implementeren van een reeks van psychische bevoegdheden- dat hij de mogelijkheid heeft om over water te lopen en in volle lotushouding door de lucht te vliegen.

Mahamaudgalyayana, een van de twee voornaamste discipelen van de Boeddha, was de erkende meester in dergelijke psychische bevoegdheden. Hij vloog naar de Himalaya om een medicinale plant te vinden om zijn zieke vriend Shariputra te genezen en stond bekend om zijn vermogen overal in het universum te reizen.

Andere monniken en filosofen binnen het boeddhisme worden vaak geassocieerd met dergelijke religieuze wonderen. Nagarjuna, de traditionele grondlegger van de Indiase filosofische school Madhyamika, worden de Prajnaparamita (perfectie van wijsheid) sutra’s ontvangen, door onder water naar het Koninklijk Drakenpaleis op de bodem van de zee te reizen. Kumarajiva, de Kuchean-monnik waarvan de Chinese vertaling van boeddhistische teksten de basis voor Madhyamika filosofie in China legde, was een beroemde thaumaturg die naalden kon inslikken zonder zichzelf te verwonden. Tijdens zijn crematie zou zijn tong niet verbrand zijn, volgens zijn biograaf een bewijs van de nauwkeurigheid en welsprekendheid van zijn vertalingen.

Het bestaan van hemel en hel- en zorgen dat je daar niet in terecht komt, is een ander gemeenschappelijk kenmerk van religies. Doorheen de geschiedenis is de overgrote meerderheid van de boeddhistische praktijken voor zowel monniken als leken gericht geweest op het verkrijgen van een betere wedergeboorte. Voor jezelf, je familie, of voor alle wezens in het universum en zorgen dat je niet in een van de helse rijken terecht kwam.

De auteurs stellen dat een scheiding van filosofie en godsdienst niet goed werkt in het geval van het boeddhisme. Westerse boeddhisten zouden oorsprong van het boeddhisme en latere aan de Boeddha en zijn volgelingen toegeschreven wonderen moeten willen onderscheiden en duiden.

Bron Boeddhistisch Dagblad




zondag 3 mei 2015

EDEL MAEX OVER RELIGIE IN TIJDEN VAN WETENSCHAP:

Het leven bestaat niet uit alleen ratio, vindt zenboeddhist Edel Maex. Hij ging op zoek naar een religieuze taal die bij vandaag past. ‘Het moet niet óf-óf zijn.’

Versta hem niet verkeerd, zegt hij. Ook hij gruwelt van fundamentalistische religies die mensen opleggen wat ze moeten geloven, welke kleren ze moeten dragen en wie hun vriend en vijand is. Maar hij gruwelt evenzeer van koude wetenschappers die de werkelijkheid ‘onttoveren’ en mensen een gevoel van zinloosheid aanpraten.

Edel Maex, psychiater bij de Stresskliniek van het Ziekenhuis Netwerk Antwerpen, een van de bekendste boeddhisten in ons land en grondlegger van de mindfulnesstraining in Vlaanderen, is sinds zijn jeugd door religie gefascineerd. In Iedereen weet, een bundel lezingen voor zijn zengroep, gaat hij op zoek naar een ‘religie nieuwe stijl’, eentje die bij een geseculariseerde wereld past.

U zet zich af tegen een neoliberale samenleving waarin enkel de wetenschap het voor het zeggen heeft. Volstaat de ratio dan niet om onze maatschappij te stutten?

‘Wetenschap kan perfect verklaren hoe de verbrandingsmotor van een auto werkt. Maar niet voorspellen of en wanneer een tegemoetkomende chauffeur van zijn baan zal afwijken en frontaal op jou inrijden.’

‘Maar het is niet óf-óf: wetenschap of religie. Ik zoek een middenweg. Zenmeditatie gaat niet over stoppen met denken, maar over stoppen met wéten. Niet over houvast, maar over hoe om te gaan met het fundamenteel ónvast zijn van veel dingen in het leven. Over loskomen van de overlevingsdrang waarop ons brein is ingesteld. Die kan anders zo’n kramp worden van: ga jij mij opeten of ik jou? Eet jíj hem op of eet ík hem op?’

‘Meditatie is mijn manier om die overlevingsmodus te doorbreken. Natuurlijk heb je in het leven ook je verstand nodig: in meditatiemodus kun je niet veilig de straat oversteken. Je moet ook leren schakelen tussen je doe-modus en je zijns-modus.’

Onder religie mogen we niet verstaan: godsdienst?

‘Religie in de betekenis van godsdienst is waarschijnlijk het laatste bastion dat nog niet door de Franse revolutie is ingenomen. Je onderwerpen aan een bovennatuurlijk opperwezen: dat is niet mijn definitie van religie, wel van superstitie.’

‘Maar je moet het kind niet met het badwater weggooien. Religie is voor mij: een menselijke activiteit waarin je je geest en je hart opent voor dingen die je met je ratio niet kunt bevatten. Hoe je in tijden van wetenschap zinvol met religie kunt omgaan – dat probeer ik uit te zoeken.’

Onze ratio heeft tegenwicht nodig?

‘Vroeger gold de zondagsrust. Vandaag is zondag soms de drukste dag van de week. Ik zie in mijn praktijk zóveel mensen met een burn-out, mensen die nooit stoppen – tot ze gestopt wórden.’

‘Tegelijkertijd is het hoog tijd dat religie zich van geloof emancipeert, dat ze ruimte creëert voor tegenspraak. Ons godsbeeld stamt nog uit de middeleeuwen. Een almachtig opperwezen dat boven de natuurwetten is verheven, paste mooi in het Europa van vóór de Franse revolutie dat door koningen werd geregeerd. Maar het past al lang niet meer bij ons. Het hele boek door zoek ik naar hedendaagse verpakkingen, naar bij deze tijd passende woorden voor religie.’

U wijst de wetenschap niet af?

‘Ik ben arts, ik heb een wetenschappelijke opleiding gehad, ik ben een volbloed darwinist. Dat sommige religies het nodig vinden de wetenschap tegen te spreken, keur ik af. Maar het kan er bij mij niet in dat de mens zich duizenden jaren met religie zou hebben beziggehouden als dat hem geen evolutionair voordeel zou hebben opgeleverd. Waarom willen sommige wetenschappers religie zo graag naar de prullenbak verwijzen?’

De titel van uw boek is ‘Iedereen weet’. Wat weet iedereen?

‘Dat we niet naar boven hoeven te kijken voor een antwoord op onze levensvragen. Dat we dat als kind al wisten, maar misschien later vergeten zijn.’

‘De titel is overigens ook een knipoog naar Kants sapere aude: durf te weten. Ik roep er mensen mee op om de moed te hebben voor zichzelf te denken, zonder zich door anderen te laten leiden.’

Is uw pleidooi om onze geest open te stellen enkel via de boeddhistische route te bereiken?

‘Ik hou me al 25 jaar intens met het boeddhisme bezig, maar ben in een christelijke traditie grootgebracht. Ik weet dat ook in het christendom, in het evangelie wijsheid te vinden is. In de Koran zal dat ook best zo zijn. De oefening die ik vanuit de zenhoek doe, kun je ook vanuit die tradities maken.’

U waarschuwt meermaals voor machtsmisbruik door sommige boeddhistische leermeesters.

‘Machtsmisbruik en seksueel misbruik komen in het boeddhisme evengoed voor als in andere religies. Met het boeddhisme heeft het geseculariseerde Westen iets wat het zelf was kwijtgespeeld uit het Oosten gereïmporteerd. Daaraan zit het risico vast dat je tegelijkertijd ook een zekere Aziatische feodaliteit binnenhaalt – iets waaraan absoluut geen behoefte is.’

U gebruikt bij uw meditatie-instructies heel alledaagse woorden. Ook uw boek is erg onzweverig geschreven.

‘Dat doet me plezier, dat u dat vindt. Ik ben helemaal geen zweverig mens. Ik mijd in het boek bewust het woord spiritualiteit, omdat dat naar mijn smaak te veel naar iets geestelijks verwijst, naar iets wat aan aarde en lichaam is ontstegen. En daar ben ik veel te aards en te lijfelijk voor.’

Wetenschappelijk is bewezen dat mindfulness, een meditatietechniek uit het boeddhisme, mensen met kanker helpt om depressieve klachten het hoofd te bieden.

‘Soms zeggen oncopatiënten mij dat ze niet altijd met die kanker bezig zouden moeten zijn, dat ze daar niet zo van wakker zouden mogen liggen. Maar zoiets is natuurlijk onmogelijk – waar zouden die mensen dan wél van wakker mogen liggen?’

‘Van de andere kant moeten ze ook niet helemaal verloren lopen in hun emoties. Dan kan het zinvol zijn jezelf te oefenen in ruimte maken voor wat er is, en de bereidheid en de moed te hebben om aan te gaan wat zich aandient. Jezelf te trainen om met milde, open aandacht stil te staan bij het hier en het nu, zodat je je niet laat meeslepen door je emoties en er niet aan ten onder gaat.’


Edel Maex, ‘Iedereen weet. Zen en religie in tijden van wetenschap’, Lannoo, 144 blz., 16,99 euro.Tevens verkrijgbaar als Ebook.




zondag 15 maart 2015

Versimpelde Bijbel mist diepere lagen

De Bijbel bevat veel inspirerende lagen, die zich alleen prijsgeven als je bij de oorspronkelijke tekst blijft.

Als Jezus van Nazareth nog op deze aarde zou rondlopen zou hij waarschijnlijk enorm verheugd zijn over het aantal varianten op de klassieke Bijbelvertalingen die de laatste tijd het licht hebben gezien, en over het succes dat deze boeken hebben: De Bijbel in de Gewone Taal, De Bijbel voor Ongelovigen, en volgend jaar mogen we zelfs een aparte Bijbel voor mannen en voor vrouwen verwachten (uitgeverij Jongbloed).

Maar hij zou zich ook grote zorgen maken. Jezus' grote kracht was dat hij soms lastige goddelijke boodschappen naar de belevingswereld van de gewone man kon brengen. Geen ingewikkelde theologische uiteenzettingen uit zijn mond, maar aansprekende verhalen over zaadjes die op de juiste grond moesten vallen, en bomen die gesnoeid moesten worden om vrucht te kunnen dragen. Onze taal is nog steeds doorspekt met uitdrukkingen die hun oorsprong vinden in het Nieuwe Testament: parels voor de zwijnen, door het oog van de naald gaan, oude wijn in nieuwe zakken, het kaf van het koren scheiden, et cetera et cetera.

Versluieren
Maar soms gebruikte Jezus parabels en gelijkenissen juist om een boodschap te versluieren. Hij had namelijk ook hogere spirituele lessen die niet iedereen al in staat was om te ontvangen. Als zijn leerlingen aan hem vragen: 'Waarom gebruikt u gelijkenissen als u de mensen toespreekt?', antwoordt hij hun: 'Omdat God jullie heeft willen inwijden in de geheimen van het hemelse koninkrijk, maar hen niet... Want zij kijken, maar zien niets; zij horen, maar verstaan en begrijpen niets.' (Mattheüs. 13: 10-13). Deze geheime lessen gaan over de innerlijke weg naar het Koninkrijk van God, dat zich volgens Jezus niet op een bepaalde plek - hier of daar - maar ín de mens bevond (Lucas 17: 20,21).

De voor ingewijden bedoelde boodschap zit vaak verborgen in een subtiele woordkeuze of in geraffineerde zinsconstructies. Een eenvoudig voorbeeld. In het evangelie van Marcus (12:41-44) gooit een doodarme weduwe haar laatste penningen in de offerkist van de tempel en oogst hiermee grote bewondering van Jezus. Vreemd, want een paar regels daarvoor maakt hij zich nog druk over de schriftgeleerden die zich volgens hem verrijken ten koste van weduwen.

De arme weduwe is echter een metafoor voor de spirituele aspirant die 'arm' is van geest; die zich heeft ontledigd (geofferd) voor God (de tempel). Een weduwe is in de beeldtaal iemand die het contact met God (nog) niet ervaart. Dat we dit zo mogen interpreteren, zit verborgen in de woorden: '...een arme weduwe, die er twee kleine munten in wierp, dat is een kwadrant.' Dit is een verwijzing naar een spiritueel proces waarbij de aspirant groeit van leven in de dualiteit (twee) naar eenheidsbesef (een).

Symboliek verdwenen
Wat nu dreigt te verdwijnen is ook een centrale boodschap die religies zou kunnen verbroederen

In de modernere vertalingen heeft echter 'een kwadrant' plaats gemaakt voor het meer eigentijdse 'een paar centen' (Groot Nieuws Bijbel) of 'Die waren bijna niets waard' (Bijbel in Gewone Taal). De diepere symboliek is hiermee volledig verdwenen!

Jezus leefde vanuit een eenheid met God, die hij liefkozend zijn Vader noemde. Wat hij ons wilde leren - degenen die er aan toe waren - is hoe ook wij de dualiteit kunnen overstijgen en een vereniging met God tot stand kunnen brengen. Niet na de dood ergens in een andere dimensie, maar hier en nu op aarde.

In de boeddhistische terminologie noemt men dit: het nirwana realiseren. En ook het hindoeïsme leert over deze weg van de geestelijke verlichting.

Wat nu dus dreigt te verdwijnen in alle versimpelingen en varianten van de Bijbel, zijn niet alleen zeer waardevolle lessen voor innerlijke groei, maar ook een centrale boodschap die religies zou kunnen verbroederen.

De Bijbel bevat prachtige verhalen die in een moderner jasje een groter publiek kunnen bereiken. De buitenkerkelijke en literaire belangstelling van de laatste jaren is een ontwikkeling die Jezus zou toejuichen. Maar laten we ook blijven beseffen, en doorgeven aan de volgende generaties, dat de Bijbel nog veel meer inspirerende lagen bevat, die zich prijsgeven naarmate je dichter bij de oorspronkelijke tekst blijft.

Dan blijft dit boek zoals het is bedoeld: een bron van diepe wijsheden en lessen voor iedere levensfase en behoefte, met teksten die steeds weer nieuwe betekenissen krijgen.

Door Anne-Marie Wegh, auteur van Ecce Homo, over beeldtaal in de bijbel 




woensdag 11 maart 2015

In Memoriam Samsara-uitgever Wim Zonjee

Op www.boekblad.nl lazen wij het onderstaande bericht:


"Afgelopen maandag 9 februari is uitgever Wim Zonjee (62) overleden. Hij was een bekend figuur binnen het Nederlands esoterisch boekenlandschap. Met zijn overlijden ging een markante boekhandelaar en uitgever heen.

In 1971 begon Wim Zonjee als voortijdig schoolverlater zijn carrière in het boekenvak bij de Amsterdamse boekhandel Vermeulen, later Scheltema. In die tijd kocht hij als zeventienjarige het boek Tau-te-tsjing bij boekhandel Au Bout du Monde, het begin van zijn fascinatie voor de oosterse filosofie. Au Bout du Monde was in 1970 opgericht door Leon Dupont, een succesvol reclameman. Zonjee werd er in 1971 medewerker. De winkel was een pionier binnen het (internationale) esoterische boekenlandschap. Op dat moment werkte ook Johannes van Dam (1946-2013) daar, de later bekend geworden culinair journalist.

In 1990 werd Zonjee eigenaar van Au Bout du Monde. Hij had een grote kennis van zaken en bouwde een trouwe, vaste (internationale) klantenkring op. Hij was een kei in klantencontact. Wanneer een titel verscheen waarvan hij vermoedde dat het een klant zou kunnen interesseren, dan belde hij hem/ haar direct enthousiast op. Dat resulteerde vrijwel altijd in een bestelling.

Zijn boeken haalde Zonjee uit de verste uithoeken van de wereld. Hij schreef uitgeverijen direct aan met een verzoek om een catalogus of fondslijst en importeerde zijn boeken rechtstreeks. Hij was jarenlang een van de grootste importeurs binnen Europa van boeken uit India.

Zonjee was een keiharde werker die nooit te beroerd was om een extra telefoontje te plegen of een extra brief te schrijven. Mede door zijn uitmuntende vakkennis binnen zijn specialisme had hij een groot netwerk opgebouwd. Meinhard van de Reep (voormalig uitgever van Altamira, tegenwoordig hoofd marketing en sales bij Gottmer): ‘Wim was als boekhandelaar een specialist die het kaf van het koren kon scheiden, als mens was hij ontnuchterend helder en to-the-point!’

Zonjee’s eigen interesse bewoog zich van taoisme, zen-boeddhisme en Tibetaans boeddhisme naar Advaita Vedanta. Daar vond hij de antwoorden die hij zocht.

In totaal werkte hij 32 jaar als boekverkoper. In 2001 verkocht hij zijn winkel aan Dirk Schaafsma, management consultant, omdat hij genoeg had van het forensen tussen Amsterdam en Wogmeer. In 2002 richtte hij samen met zijn goede vriend Wouter Schopman, ondernemer, uitgeverij Samsara op, een uitgeverij in levenbeschouwelijke boeken van zowel Nederlandse als buitenlandse auteurs. De eerste uitgave was het leuke boekje Bent u net zo gelukkig als uw hond? van Alan Cohen.

In totaal hebben Zonjee en Schopman 110 titels uitgegeven, bijna allemaal op het gebied van Advaita/ Non-Dualiteit. Auteurs uit het fonds van Samsara zijn Adyashanti, Jed McKenna, Alexander Smit, Mooji, Paul Smit, Jan Koehoorn, Wolter Keers en Tony Parsons. Zonjee stelde ook zelf boeken samen, zoalsKennendheid van Alexander Smit en Anton Heyboer, filosofie van een oorspronkelijke geest, over het werk en de wijsheid van de kunstenaar Anton Heyboer. In een podcast-interview uit 2012 met Patrick Kicken, antwoordde hij op de vraag waarom hij boeken uitgeeft op zijn humorvolle manier: ‘Ik vind het gewoon leuk om thuis te werken .. en een beetje boekjes te lezen .. en het onderwerp blijft me fascineren.’

Schaafsma: ‘Ik denk dat Wim en Wouter in dit genre echt iets hebben neergezet in het Nederlandse taalgebied. Ik geloof ook dat Wim een nog betere supergespecialiseerde, maar vooral geïnspireerde uitgever was dan boekhandelaar. Dat deed hij al vreselijk goed.

De boekenwereld heeft een prachtig geïnspireerd mens verloren, zonder poeha en zonder ook maar aan geld te denken.’

De lezers van Samsara-boeken zijn liefhebbers van het levensbeschouwelijke boek, met een speciale interesse in de leer van de non-dualiteit. De uitgeverij wist goed de weg in die wereld en bereikte de lezer via bijeenkomsten, via het tijdschrift Inzicht, en door middel van een e-mail nieuwsbrief. Samsara koos er bewust voor om niet rechtsstreeks aan klanten te verkopen, mede op advies van Jacco Groot van uitgeverij De Harmonie.

Boekhandel Au Bout du Monde bestaat nog steed. Deze is sinds 2005 eigendom van de theosofische stichting Ontmoeting en Ontplooiing. Samsara wordt voortgezet door Wouter Schopman. De uitgeverij is winstgevend, maar ook voor Samsara is de toekomst onzeker, gezien het veranderende landschap in het boekenvak. Over de toekomst van Samsara zei Wim in het interview met Patrick Kicken: ‘Ik denk dat als mensen een Eckhart Tolle-boek hebben gelezen en ze zijn nog steeds geinteresseerd, dat ze dan toch bij een Samsara-boek terecht komen.’ "

Rust zacht Wim.






zaterdag 3 augustus 2013

Taoïsme en levenskunst: harmonie met de natuurlijke orde

Een moderne moraal legt geen regels op, maar ondersteunt de natuurlijke neigingen tot het goede. Deugden die het vrije individu trainen in dat waar hij goed in is, in plaats van hem te beperken maken zo’n moraal praktisch. De 21e eeuw vraagt om een ethiek die geen regels en wetten formuleert, maar juist de verlammende werking van regels laat zien. Prof. Maarten van Buuren wil op zoek naar zo’n natuurlijke moraal, en het taoïsme is daar een eerste voorbeeld van. Zo blijkt uit zijn lezing in de serie Levenskunst, Wu wei, doen door niet te doen.

Het taoïsme van de Chinese wijsgeer en dichter Lao Tse is in de vierde eeuw voor Christus opgetekend in het beroemde boek Tao Te Ching. Het bestaat uit 81 hoofdstukken of gedichten. In die vorm tekent zich al af dat ‘dao’ niet verwijst naar een ethische imperatief of naar een set leefregels. Anders dan bijvoorbeeld de leer van Confucius, die wel bestaat uit zulke regels en waartegen Lao Tse zich met zijn eigen werk afzette. Hij schrijft dan ook niet voor de machthebbers of om een hiërarchische orde te bestendigen, zoals Confucius deed. Dao is dynamisch, natuurlijk, niet humanistisch en soms zelfs meedogenloos.

Hoe komen we weer in tune met de natuurlijke weg, met dao? Hoe zorg je dat je weer ‘spoort’? En waarom is dat eigenlijk iets om na te streven? Zo min als het bestaan van een ‘universele orde’ vanzelfsprekend is, hoeft het volgen daarvan nastrevenswaardig te zijn. Eenvoudige oefeningen kunnen je in aanraking brengen met de dao en je de harmonie laten ervaren die uitgaat van het ‘sporen’ ermee, aldus Maarten van Buuren. Meditatie is de bekendste, maar voor hemzelf werkt fietsen het beste. Wat volgt is een persoonlijke ‘tao van het fietsen’. Twijfels over bestaan en nut worden daarmee weggenomen: het bestaan van de orde ervaar je via die oefeningen. En het is nastrevenswaardig omdat in die ervaring iets als het goede leven werkelijkheid wordt. ‘Geluk,’ durft Maarten van Buuren het zelfs te noemen. En bovendien ontvankelijkheid, waarin kennis en oplossingen zich aandienen zonder dat je ook maar hoeft na te denken.

Daarmee is nog niet gezegd wat ‘doen door niet te doen’ eigenlijk inhoudt. Is het gewoon een soort ‘go with the flow’, waarbij je alle regels afwerpt om op zoek te gaan naar je kern, liefst achteroverhangend en genietend van het nietsdoen? Dat klinkt wel erg gemakzuchtig. Ten onrechte, zegt Van Buuren, want wu wei duidt op een zorgrelatie. Zorg voor een ander – denk bijvoorbeeld aan de opvoeding van een kind, waarbij stimuleren belangrijker is dan verbieden. Juist door te veel regels in te stellen, zal het kind ontaarden. Hetzelfde geldt bij de zorgrelatie voor jezelf. Harmonie met de dao bereik je door steeds verder terug te gaan en steeds meer regels en obstakels af te leggen, tot je de ‘oorspronkelijke leegte’ bereikt.

Dit zal voor veel mensen ver van hun bed klinken. Kan het taoïsme wel een moraal voor onze tijd zijn? Staat er niet te veel techniek en afleiding tussen het individu en de wereld? Is het volgen van de natuurlijke orde nog wel een optie in onze door en door gemedieerde werkelijkheid? Een andere vraag kan zijn of in onze tijd het teruggaan tot de leegte, door het afleggen van alle grenzen en beperkingen niet automatisch leidt tot een extatische volheid.

In de volgende lezingen over Levenskunst: deugden en ondeugden zullen dit soort vragen ongetwijfeld terugkomen. De volgende keer, op woensdag 9 november, gaat het over Aristoteles. De lezing van Maarten van Buuren kijk je hier terug: Wu wei: doen door niet te doen.




zaterdag 27 juli 2013

Taoïsme en Time Management

Geschreven door Bert van Ravenhorst.

Op een reis naar China en India heb ik vele tempels bezocht. Daar viel mij altijd de rust op die de monniken uitstraalde. Waar kwam die rust toch vandaan? In het dagelijks leven ben ik manager en wordt ik beheerst door een strakke planning. Dat vind ik meestal prima, maar soms verlang ik ook wel naar wat minder agendadwang. In de cursus Oosterse filosofie, die ik onlangs heb gevolgd, viel mij de benadering van tijd op door het taoïsme. Daarop ben ik verder gegaan en tot interessante ontdekkingen en lessen gekomen.


Het taoïsme trachtte evenals het confucianisme een antwoord te geven op de sociaal-maatschappelijke crisis in China ten tijde van de Periode der Strijdende Staten (403-221 v. Chr.). Waar het confucianisme de oplossingen vooral zocht in het opleggen van regels ging het taoïsme uit van een zo groot mogelijke vrijheid en spontaniteit zonder inmenging door heersers.

Net zoals het taoïsme een antithese is van het confucianisme is het dat ook van onze gereguleerde maatschappij. Het taoïsme is daarmee tevens een antithese van het strakke indelen van de tijd, zoals dat in onze westerse wereld wordt gedaan. Deze ver van ons afstaande leer heeft ons echter veel te vertellen om ons leven meer in balans te brengen.

In de taoïstische denkwijze gebeuren of bestaan de dingen als zodanig en is de natuurlijke orde een gegeven. De onbenoembare Tao vormt de bron waaruit het hele universum is voortgekomen en nog altijd voortkomt. Hiertegen dient men zich niet te verzetten. Om geluk te bereiken moet men in harmonie met het Tao streven naar een leven van eenvoud en natuurlijkheid, zonder in te grijpen in de natuurlijke gebeurtenissen.

Deze leer gaat niet uit van causale verbanden, waar wij in de westerse filosofie wel van uitgaan. Wij gaan uit van logische verklaringen. Volgens het Tao gebeurt niets zomaar. Alles is met elkaar verbonden. Het is onze taak aandacht te besteden aan de signalen die we ontvangen en de grote patronen te leren zien. In het westen daarentegen gaat men niet uit van grote gehelen, maar van verdelen. Wij splitsen op en hebben geen oog voor het grote geheel.

Het taoïsme sluit nauw aan bij de natuur. Zo hebben de seizoenen allen hun eigen kenmerken. De acties die bij een seizoen horen moeten ook doorlopen worden. Zo staat de lente voor een periode van voorbereiding, de zomer is de tijd van groeien en bloeien, de herfst is er om te oogsten en de winter is tenslotte de periode om weer op krachten te komen. Ingaan tegen deze cyclus is geforceerd en betekent dat je heel hard moet werken. Het is verstandig om je activiteiten daarop aan te sluiten. Zaaien doe je bijvoorbeeld niet in de winter en de eieren van vogels komen niet uit in de herfst met de dreigende winter voor jonge kwetsbare dieren voor de boeg.

Zo moet je ook in de plannen die je maakt niet tegen de natuur ingaan. Wij hebben in het westen die binding met de natuur verloren. Wij willen alles op het moment dat wij dat willen, ongeacht het seizoen. Zo installeren wij airconditioning om in hetzelfde tempo door te kunnen werken en sturen we ouderen naar huis omdat ze het vereiste werktempo niet meer aankunnen. Wij manipuleren de natuur en zijn dat normaal gaan vinden. Aansluiten bij de natuur en de stroom die daarbij hoort leidt volgens het taoïsme tot veel minder moeite. Forceren dat dingen gebeuren op de tijd die wij kiezen gaat in tegen alle natuurwetten.

Goed en fout zijn situatie gebonden. In de juiste situatie is niets fout.
Zonder de juiste situatie is niets goed.

Er is een natuurlijk einde aan alles. Het is verstandig om te weten wanneer de tijd is gekomen om met een activiteit te stoppen. Je herkent dit moment wanneer duwen en trekken niet meer helpt. Harder werken heeft dan geen zin meer. Dat is het moment om jezelf los te maken en verder te gaan.

Harder duwen helpt ook niet in situaties die geduld vereisen. Geduld is een belangrijk aspect in ons leven als het gaat om het kiezen van het juiste tijdstip. Het is ook een zaak van vertrouwen. Vertrouwen dat het juiste moment om in actie te komen zich zal voordoen. Het gaat om vertrouwen in het proces. Als we dat hebben zijn we beter uitgerust om de natuurlijke cyclus te zien. Het goede ogenblik is gemakkelijk te herkennen. Het is er wanneer de handelingen bijna uit zichzelf op hun plaats lijken te vallen.

Hait en Hunt beschrijven vier taoïstische beginselen.
  1. De eerste is weerstandloosheid. Wacht het juiste ogenblik af en neem de tijd om uit te zoeken welke richting de gebeurtenissen nemen voordat je tot handelen komt. Wanneer we geen weerstand bieden, maar ons ontspannen en de ervaring toestaan zich te ontvouwen behouden we onze krachten.
  2. De tweede is individuele kracht. Door onszelf toe te staan een stap achteruit te doen en de kwestie te analyseren, nodigen we intuïtie en gevoel uit een rol te spelen in onze beslissingen. Belangrijk is dat we ons blijven richten op de kern van de zaak.
  3. Het derde beginsel is evenwicht. Niet alleen maar rennen van activiteit naar activiteit, maar uitgaan van onze innerlijke behoeften die vragen om een balans tussen werktijd, persoonlijke tijd en sociale tijd.
  4. Het laatste uitgangspunt is harmonie met de omgeving. Dit brengt ons in contact met het grootse plan van leven en tijd. Het Tao toont zich in de fysieke en spirituele wereld, in de keten van gebeurtenissen. Onze opdracht is die te herkennen.

De concrete lessen die ik voor mijn dagelijkse agendastress leer van het taoïsme zijn:
  1. Leun meer achterover en probeer het proces te doorgronden en te kijken of en zo ja, hoe ik moet ingrijpen.
  2. Probeer minder te forceren en sla geen dingen over in het proces van bijvoorbeeld projecten of beleidsontwikkeling.
  3. Laat meer ruimte voor intuïtie en gevoel naast rationaliteit.
  4. Neem meer persoonlijke en sociale tijd.

Het taoïsme is daarmee ook in deze tijd een inspiratiebron voor wie dat wil!

Bert van Ravenhorst, managementissues.com
|November 2012





zondag 17 februari 2013

Oost en West: een culturele Rorschach

Door: Edel Maex

Of ik iets kan schrijven over de aantrekkingskracht van het Oosten op ons westerlingen, zelfs op vrijzinnig humanisten? Met meteen een excuus voor de enorme generalisatie door te spreken over 'het Oosten'.

De generalisatie is symptomatisch op zich. Onze kennis van het Oosten is vaak gering. Hoe geringer hoe meer comfort. Je kunt het zo vaag houden dat je hetzelfde effect krijgt als bij het kijken naar de wolken. Je kunt er eender wat in zien. En wat je ziet zegt heel weinig over de wolken maar wel over je eigen geest.

Zo projecteren we in 'het Oosten' onze verlangens, ons gemis, alles wat we aanvoelen als een tekort in 'het Westen'. Een reis naar Azië kan dan heel ontnuchterend zijn, tenminste als je er in slaagt even van het platgetreden toeristische pad af te wijken.

Zelf ben ik het meest vertrouwd met het boeddhisme. Maar het boeddhisme zoals zich dat nu in het Westen aandient, staat behoorlijk ver af van wat je in Azië aantreft. Wat de meeste westerlingen bij voorbeeld niet beseffen is dat er nergens meer gemediteerd wordt dan in het Westen. Zelfs in Chinese of Japanse zenkloosters, toch de meditatietraditie bij uitstek zou je denken, is meditatie een marginaal gegeven en staat ritueel veel meer op de voorgrond.

Wat kunnen we leren uit deze culturele Rorschachtest? Ik zie twee tendensen. Één die ik bijzonder boeiend vind, één die mij grote zorgen baart.

De eerste tendens heeft te maken met het spanningsveld tussen religie en moderniteit. Voor Kant gaat de verlichting over de moed om zich van zijn eigen verstand te bedienen. Critici van de Islam verwijten haar van nooit de verlichting doorgemaakt te hebben. Dit is mijns inziens geen faire kritiek. Geen enkele religie heeft de verlichting doorgemaakt. De emancipatie van het denken heeft zich nog lang niet op religieus gebied doorgezet. Het middeleeuwse conflict tussen religie en wetenschap is nog altijd even actueel.

'Le cœur a ses raisons que la raison n'a pas.' Misschien heeft de rede zich een beetje geëmancipeerd, het hart zeker niet. We missen zelfs een geschikte woordenschat. Moeten we het hebben over niet-confessionele religie of humanistische spiritualiteit? In het Westen leeft in ieder geval een verlangen naar een religie, levensbeschouwing, spiritualiteit die compatibel is met de moderniteit, de verlichting, de emancipatie van het individu.

In het Oosten ontstond in de vorige eeuw een gelijkaardig verlangen. Door het contact met het Westen gingen oosterse intellectuelen op zoek naar emancipatie. Zij inspireerden zich op Heidegger, Schopenhauer, Nietzsche. Zij lazen William James over de psychologie van de religieuze ervaring. Binnen het boeddhisme ontstonden vernieuwingsbewegingen geïnspireerd op de westerse moderniteit.

Het zijn deze bewegingen die de overstap naar het Westen gemaakt hebben. Over de grens tussen oost en west heen reikten individuen op zoek naar een humanistische spiritualiteit, een religieus beleven ontdaan van dogma en bijgeloof, elkaar de hand. Scharff toont in zijn boeiend essay "Buddhist Modernism and the Rhetoric of Meditative Experience" aan hoe veel van wat wij typisch boeddhistisch noemen, herimport is van westerse ideeën.

Op zich is hier niets mis mee. Het is een positieve evolutie. Vanuit het Westen gezien opent het boeddhisme een perspectief op een (post)moderne religiositeit die humanistisch is, die de individuele ervaring en autonomie waardeert, die op geen enkele manier in strijd is met de rationaliteit en het wetenschappelijk denken.

Een tweede tendens die ik zie, baart mij grote zorgen. Het is een heel onrealistisch idealiseren van goeroes en verlichte meesters.

Als westerlingen gaan we gebukt onder een diep geworteld gevoel van tekort te schieten, van niet goed genoeg te zijn.

Daartegenover creëren we idolen, ideaalbeelden van mensen die de top wel bereikt hebben. We doen dat overigens niet enkel op spiritueel vlak. We verliezen daarbij ieder gevoel voor realisme. Deze idolen moeten dan ook echt perfect zijn. Als ze op een bepaald ogenblik toch al te menselijk blijken en van hun voetstuk vallen, zijn we genadeloos. Hun functie is het om aan onze fantasie te beantwoorden en ons tekortschieten goed te maken.

Met het boeddhisme is het ideaal van de verlichting meegekomen. Een ideaal dat overigens minder oosters is dan we denken en dat erg beïnvloed is door de opvattingen van William James over mystiek en de religieuze ervaring.

Ons verlangen naar de ideale meester creëert vacatures die blijkbaar snel ingevuld worden. Het is schokkend te zien hoe bereid we in het Westen zijn om te geloven in verlichte leraren. Alle rationaliteit, alle autonomie evaporeert oog in oog met iemand die zich als verlichte leraar presenteert. Kants verlichting kan niet verder weg zijn. Afhankelijkheidsrelaties inclusief alle daarbij horende misbruiken zijn dan ook legio.

Het boeddhisme brengt een grote rijkdom aan praktijken en filosofisch debat met zich mee. We hebben hier in het Westen nog maar net het tipje van de sluier opgelicht. Daarenboven is het voor ons, anders dan in het Oosten, niet belast met met een premodern verleden. Dat biedt enorme mogelijkheden. Maar we zien met het boeddhisme onvermijdelijk ook een premodern Azië meekomen.

De cruciale vraag is of het contact met het Oosten en in het bijzonder het boeddhisme ons verder de (post)moderniteit in brengt of of ons meteen via sterk hiërarchische en afhankelijke leerling- leraarrelaties meteen terug de middeleeuwen in katapulteert.

Het blijft een open vraag hoe wij hier in het Westen zullen mee omgaan. De keuzes liggen bij ons. De geschiedschrijvers van de komende generaties zullen ons antwoord formuleren.

Bron: Leven in de Maalstroom Blog




zondag 10 februari 2013

Tibetaans boeddhisme en de dalai lama

Het Tibetaans boeddhisme is de vorm van boeddhisme die aan het einde van de 7e eeuw in Tibet ontstond en zich daarna gaandeweg ontwikkelde. Het heeft zijn wortels vooral in India, met name in het Mahayana-boeddhisme en het Vajrayana. Daarnaast onderging het nog andere invloeden.

Het Tibetaans boeddhisme is de dominante religie in Tibet, in het noorden van Nepal, in Bhutan, in delen van het huidige India, in Mongolië en in delen van Rusland.

De dalai lama (de term betekent 'oceaan van wijsheid') is sinds 1578 de belangrijkste spiritueel leider in het Tibetaans boeddhisme. Vanaf de regering van de grote vijfde dalai lama, Ngawang Lobsang Gyatso, in 1642 tot aan de Tibetaanse diaspora in 1959 was de dalai lama ook de hoogste politieke leider van Tibet.

De huidige, veertiende dalai lama is Tenzin Gyatso; hij werd geboren in 1935. Hij kreeg in 1989 de Nobelprijs voor de Vrede vanwege zijn pogingen het land Tibet zonder geweld te bevrijden en zijn constructieve voorstellen voor de oplossing van internationale conflicten, de mensenrechtenvraagstukken en de milieuproblemen.

De dalai lama wordt door veel volgelingen van het Tibetaans boeddhisme gezien als hun spiritueel leider. Door Tibetanen en vele anderen over de hele wereld wordt het bewind van de Volksrepubliek China in Tibet niet erkend; zij beschouwen de dalai lama nog steeds als de politiek leider van het land. Na zijn vlucht uit Tibet leidde hij de Tibetaanse regering in ballingschap, tot hij in het kader van de politieke hervormingen in 1990 de macht overdroeg aan het Tibetaans parlement in ballingschap, dat rechtstreeks gekozen wordt.

Zijn gedachtegoed baseert Tenzin Gyatso op drie belangrijke thema's: universele verantwoordelijkheid (hij noemt dat ook wel seculiere ethiek), zijn bijdrage als boeddhistisch leraar waarmee hij ook het onderling respect van mensen van verschillende wereldreligies wil versterken en de Tibetaanse kwestie waarbij hij geweldloos streeft naar rechtvaardigheid.

Elke morgen staat hij om 3:30 uur op en mediteert hij de eerste vier uur van de dag. Hij doet dit op de grondlagen van compassie, en om na te gaan wat hij kan betekenen voor zijn volk, de Chinese broers en zussen en de rest van ons. Ook bereid hij zich tijdens deze meditatiesessies voor op de dood.

Universele verantwoordelijkheid
Een van de drie thema's noemt de dalai lama universele verantwoordelijkheid of seculiere ethiek. Hiertoe rekent hij voornamelijk: compassie, vergeving, tolerantie, tevredenheid en zelfdiscipline. Compassie is volgens hem meer dan de gebruikelijke genegenheid voor familie en vrienden. Het gaat bij hem ook om liefde voor je vijand. Compassie is voor hem de eigen wensen aan de kant schuiven en jezelf in dienst stellen van het algemeen belang. 

Hij gaat ervan uit dat alle mensen gelijk zijn en we allemaal geluk willen en niet willen lijden. Tenzin Gyatso vindt deze ethiek universeel en dat het streven naar een gelukkig leven een streven is van alle voelende en denkende wezens. Hiertoe rekent hij in het bijzonder de mensheid, ongeacht welk ras, nationaliteit, geslacht en religie of het al dan niet hebben van een religie. Men moet niet alleen het eigen geluk nastreven, maar moet ook rekening houden met de verlangens en gevoelens van andere mensen. 

Dit betrekt hij ook op landen en organisaties. Hij ziet hebzucht en egoïsme als oorzaken van oorlog en de grote mate van materialisme in het Westen als reden voor veel problemen in de wereld. Medeleven, begrip en het zoeken naar evenwicht ziet hij als manieren om oorlogen en problemen op te lossen. Hij heeft een duidelijke mening over wat goed en kwaad is, maar gelooft dat er vele verschillende paden zijn om tot het goede te komen.

"In de huidige, sterk onderling afhankelijke wereld, kunnen mensen en naties veel problemen niet langer zelf oplossen. We hebben elkaar nodig en moeten daarom een gevoel ontwikkelen van universele verantwoordelijkheid. Het is onze gezamenlijke en persoonlijke verantwoordelijkheid om de wereldfamilie te beschermen en te voeden, haar zwakkere leden te steunen en het milieu te onderhouden waarin we allen leven."   —  Tenzin Gyatso 

Zie ook de uitgebreide artikelen over Tibetaans Boeddhisme en de Dalai Lama op Wikipedia.





zondag 6 januari 2013

Wat is Tao?

Tao betekent letterlijk 'het pad' of 'de weg'. Het is een universeel principe dat alles omvat, van de creatie van het universum tot menselijke interactie. De Tao is zo buitengewoon, dat het niet door het rationeel menselijk denken kan worden begrepen. Om iets van de Tao te begrijpen, zul je verder moeten kijken dan de logica. Er moet gebruik gemaakt worden van intuïtie. Als we iets over Tao willen leren, is ons belangrijkste materiaal de Tao Te Ching, een werk gemaakt door Laozi, ook wel bekend als Lao Tzu, een wijsheer die duizenden jaren geleden leefde. 

Enkele van de dingen die Lao Tzu ons probeert te leren:
  • Geen geweld. Lao Tzu leert ons dat geweld en conflicten, hoe gecontroleerd dan ook, niets anders dan negatieve bijeffecten heeft. Het ideaal van de Taoist is het oplossen van problemen aan de hand van vredevolle oplossingen.
  • Inactie. Alleen dwazen verbruiken een enorm deel van hun energie met het doen van van alles, maar het bereiken van niets. En dit terwijl Taoistische wijzen bijna niets lijken te doen, maar heel veel bereiken. Dit lijkt op magie, maar is mogelijk en zelfs onvermijdbaar, zodra iemand een is met de Tao.
  • Geen intenties. Vaak doen we dingen die deugdelijk zijn omdat we hopen op erkenning. Dit is echter helemaal niet deugdelijk. Ware deugdelijkheid is een staat bereiken waarin dit soort handelingen op natuurlijke wijze worden uitgevoerd, zonder dat hier bewust bij word nagedacht.
  • Simpelheid. De ware basis voor onze realiteit en ons bestaan is elementaal en oningewikkeld. Mensen maken dingen vaak moeilijker dan ze hoeven te zijn. Als we leren om met simpelheid te leven kunnen we een onmetelijk soort tevredenheid ervaren die oneindig veel meer betekenisvol is dan de beloningen van de materiële wereld.
  • Wijsheid. Logica heeft een plaats binnen het menselijk gedachtegoed, maar het is niet alles. Er bestaat een limiet aan wat we kunnen begrijpen via de rationaliteit. Om dit limiet te overstijgen, moeten we onze intuïtie volledig in de strijd werpen. Dit zorgt voor inzichten in plaats van kennis, en het verschil tussen het lezen over de Tao, en het leven van de Tao.
  • Nederigheid. Des te meer te leert, des te meer je je realiseert dat er nog veel meer is om te leren. Dit zorgt ervoor dat je nederig wordt. Arrogantie en egoïsme komen voort uit onwetendheid - je weet weinig maar neemt aan dat je veel weet.
  • Tweevoudigheid. Lao Tzu liet ons zien dat alle kwaliteiten van de wereld alleen maar iets betekenen vanwege het bestaan van hun tegenovergestelde. Iets kan alleen maar groot zijn, als er iets kleins bestaat om het mee te vergelijken. Het 'goede' kan alleen maar bestaan zolang het 'slechte' ook bestaat. Het een kan niet zonder de ander.




donderdag 3 januari 2013

Begeerte, verlangen, gehechtheid en onthechting

Enkele vragen en antwoorden over begeerte en gehechtheid:

Wat is het verschil tussen gehecht zijn aan anderen en hen liefhebben?
Als we aan anderen gehecht zijn overschatten we hun goede eigenschappen, en we denken dus dat zij beter zijn dan ze werkelijk zijn. We geven om hen omdat ze ons behagen: ze geven ons cadeautjes, prijzen ons, helpen en steunen ons, etc. Wat we gewoonlijk liefde noemen is meestal vooral gehechtheid. Als we aan anderen gehecht zijn zien we hen niet zoals ze werkelijk zijn en daardoor verwachten we teveel van hen: ze moeten zus zijn, ze moeten zo doen, etc. Wanneer ze niet aan onze verwachtingen voldoen voelen we ons gekwetst, teleurgesteld en geven we hen de schuld.

Maar als we écht van andere mensen houden, dan geven we om hen en willen we dat ze gelukkig zijn, niet alleen omdat ze ons ego strelen en tegemoet komen aan onze verlangens, maar gewoon omdat ze bestaan en ook recht op geluk hebben. Echte liefde verwacht niets terug. We accepteren anderen om wie ze zijn en proberen toch hen te helpen, maar het maakt ons niet uit of we al dan niet voordeel hebben bij de relatie. Echte liefde is niet jaloers of bezitterig, maar eerder onpartijdig. Echte liefde wordt gedeeld met allevoelende wezens.

Is het mogelijk om bij onze vrienden en familie te blijven als we onthecht zijn?
Natuurlijk! Onthechting is niet hetzelfde als afwijzing. Als we onthecht zijn, hebben we geen irreële verwachtingen meer van anderen, noch klampen we ons vast aan hen of denken we dat we ons ellendig zullen voelen als zij niet bij ons zijn. Onthechting is een rustige, realistische, open en aanvaardende houding. Het is niet vijandig, paranoïde of asociaal. Onthechting betekent niet dat we onze vrienden en familie afwijzen of negeren: het betekent dat we op een of andere manier met hen omgaan, zonder overdreven verwachtingen. Als we niet gehecht zijn, zijn onze relaties met anderen harmonieus en in feite geven we meer om hen.

Zijn alle verlangens slecht?
Hoe zit het met het verlangen om het nirvana of de verlichting te bereiken?

Deze verwarring treedt op omdat we het woord "verlangen" in het Nederlandse gebruiken voor twee verschillende woorden in het Sanskriet of Pali. In werkelijkheid bestaan er meerdere soorten "verlangens".

Het verlangen dat problemen oplevert is het verlangen waarbij we de goede eigenschappen van iets, iemand of een idee overdrijven en ons daaraan vastklampen. Dit soort verlangen is een vorm van gehechtheid. Een voorbeeld daarvan is emotioneel afhankelijk zijn van iemand en ons aan die ander vastklampen. In werkelijkheid is die ander waarschijnlijk niet half zo fantastisch als onze gehechtheid hem doet vóórkomen.

Het verlangen dat ons aanspoort ons voor te bereiden op toekomstige levens of het bereiken van hetnirvana of de verlichting is echter volkomen anders. Hier zien we heel precies andere bestaansmogelijkheden en ontwikkelen we een realistisch streven om deze te bereiken. We hebben hier juist niet te maken met verkeerde interpretaties noch met een vastklampen aan een gewenst resultaat.

Kan men gehecht zijn aan het boeddhisme? 
Wat doen we wanneer iemand het geloof aanvalt en de Dharma bekritiseert?
Elke situatie moet apart bekeken worden. Als we bijvoorbeeld voelen: "Ze bekritiseren mijn geloof en denken dat ik dom ben om dit te geloven" betekent dit in het algemeen dat we overdreven vastklampen aan ons geloof. We denken: "Dit geloof is goed omdat het van mij is. Als iemand dat bekritiseert, bekritiseert hij mij." Dat is eenvoudig gehechtheid en weinig productief. Deze houding zouden we achter ons moeten laten, want we zijn niet wat we geloven. Dat anderen vraagtekens zetten bij ons geloof betekent niet dat wij dom zijn.

Het heeft voordelen om open te staan voor wat anderen zeggen. Laten we niet gehecht raken aan de naam en het etiket van onze religie. We zijn tenslotte op zoek naar waarheid en geluk, en niet alleen naar een verdediging van een religie omdat het toevallig de 'onze' is. Boeddha zelf heeft gezegd dat we zijn lessen moeten testen en er niet blindelings in moeten geloven.

Aan de andere kant betekent dit niet dat we het automatisch eens zijn met alles wat andere mensen zeggen; we laten ons geloof niet in de steek om dat van anderen blindelings over te nemen. Als iemand ons een vraag stelt die we niet kunnen beantwoorden, betekent dit niet dat Boeddha's onderricht fout is. Het geeft alleen maar aan dat wij het antwoord niet weten en dat we meer zouden moeten leren en nadenken. We kunnen dan met deze vragen naar geleerde boeddhisten stappen en goed nadenken over de antwoorden die zij geven. Als anderen vraagtekens zetten bij ons geloof, dan helpen ze ons om doordat ze ons laten zien wat we nog niet goed begrijpen. Hierdoor bestuderen we de Dharma beter en denken we dieper na over de betekenis ervan.

Bron: maitreya.nl